‘Vertrokken Onbekend Waarheen’, deze zogenaamde VOW-indicaties wil je als gemeente zo min mogelijk hebben. De gemeente Amsterdam legt met succes bestuurlijke boetes op bij overtredingen in de adresinschrijvingen waardoor het aantal VOW’s aanzienlijk daalt. “De hoogte van de boete heeft een preventieve werking. En het houdt de kwaliteit van onze basisregistratie hoog”, aldus Stan Rouwenhorst, onderzoeker bij de afdeling Kwaliteit van de gemeente. 

Buitenlandse studenten en expats die zijn vergeten zich uit te schrijven, mensen die zich niet inschrijven op een adres of personen die ten onrechte ergens staan ingeschreven. Als adresonderzoeker komt Stan Rouwenhorst ze allemaal tegen. Jaarlijks voert hij met collega’s 25.000 adresonderzoeken uit in de gemeente Amsterdam (875.000 inwoners). In nog geen 5 procent daarvan wordt een bestuurlijke boete opgelegd. Dat is een administratieve boete die een gemeente zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan opleggen.

De bestuurlijke boete is in 2015 ingevoerd in de hoofdstad. “Het doel ervan is om mensen te stimuleren om hun verplichtingen na te komen zoals die staan in de Wet BRP. Daaronder valt het tijdig doorgeven van een verhuizing.” Rouwenhorst werkt samen met collega-onderzoekers bij de afdeling Kwaliteit. Alle onderzoekers kunnen bestuurlijke boetes opleggen. De afdeling Belastingen int de boetes, zodra iemand zich opnieuw inschrijft in de gemeente.

Jaarlijks voert de gemeente Amsterdam 25.000 adresonderzoeken uit.

Foutieve inschrijving

Rouwenhorst legt uit wat hij doet in het geval van een foutieve inschrijving:

Ik begin met een administratief onderzoek. Bij de inwoner vraag ik documenten op waaruit moet blijken dat iemand op het adres verblijft. Bijvoorbeeld een huurovereenkomst of een loonstrookje. Ook kunnen we kijken naar ov-transacties of naar pakketjes die op het adres worden bezorgd. Als uit de documenten niet blijkt dat iemand op het opgegeven adres woont, of als iemand niks aanlevert, leggen collega’s een huisbezoek af. Dat doen ze altijd in tweetallen. Zij kunnen ook verklaringen van medebewoners of hoofdbewoners afnemen. Als daaruit blijkt dat iemand inderdaad niet op het adres woont kunnen we meerdere dingen doen: we schrijven iemand in op een anders adres (waar bewijs van moet zijn) of we geven de indicatie VOW, oftewel Vertrokken Onbekend Waarheen.

In dat laatste geval leggen Rouwenhorst en zijn collega’s ook een bestuurlijke boete op. “Van dat besluit krijgt de betrokken persoon een brief en soms ook een mail. Diegene heeft zes weken de tijd om in bezwaar te gaan. Gebeurt dat niet, dan sturen we de boete naar de afdeling Belastingen.” Rouwenhorst vertelt dat het niet altijd tot een huisbezoek hoeft te komen. “In veel gevallen blijkt uit het administratieve onderzoek al dat iemand op het adres woont en kunnen we het onderzoek afsluiten.”

Preventieve werking

De praktijk van het opleggen van bestuurlijke boetes verschilt binnen gemeenteland. Sommige gemeenten hebben wel beleid, maar leggen nauwelijks boetes op. In hun ogen wegen de kosten niet op tegen de baten. Dat ziet Rouwenhorst anders. “Het is belangrijk om de kwaliteit van de basisregistratie hoog te houden, zowel voor burgers als voor instanties die gebruik maken van de BRP. Onze BRP wordt door meer dan 1000 afnemers geraadpleegd; van UWV tot zorgverzekeraars en de Belastingdienst. De adresgegevens zijn het meest veranderlijke, en daarmee het meest kwetsbare onderdeel van iemands persoonsgegevens. Als die onjuist zijn, heeft dat veel gevolgen. Daarnaast willen we weten op welke adressen onze inwoners verblijven, mocht zich bijvoorbeeld een ramp voordoen.” Ook blijkt dat de tijd die in het adresonderzoek wordt gestoken zich uitbetaalt. “Mensen schrikken van de hoogte van de boetes als we ze een eerste waarschuwende brief sturen voordat we met het onderzoek starten. Ze leveren dan vaak alsnog de juiste informatie aan.” Uit onderzoek van de gemeente is die preventieve werking ook gebleken. “We zagen het aantal doorgegeven verhuizingen stijgen en het aantal VOW’s aanzienlijk dalen.” 

“We hanteren de menselijke maat. Zo trekken we de boetes bij mensen die zich inschrijven bij instellingen als de Daklozenvakbond in.”

Menselijke maat

Een bestuurlijke boete kan oplopen tot maximaal 325 euro. “Dat bedrag leggen we op als iemand met kwade opzet een foutieve inschrijving heeft gedaan. In de meeste gevallen leggen we een boete op van 240 euro.” Bij buitenlandse studenten en expats levert het adresonderzoek vaak alsnog een gewenste uitschrijving op. “Bij de inschrijving hebben we al veel contactgegevens ontvangen zoals mailadressen en telefoonnummers, waardoor we ze makkelijk kunnen bereiken.” Een deel van de opgelegde boetes bij deze groep zal niet worden betaald, aangezien de boete pas geïnd kan worden wanneer iemand zich inschrijft op een adres in Amsterdam. “Maar we leggen alsnog een boete op, omdat we vinden dat iemand zich aan de regels moet houden en omdat er een afschrikwekkende werking van uit gaat.”
Toch verliest de gemeente de menselijke maat niet uit het oog, vertelt Rouwenhorst. “Zo trekken wij de boete in bij personen die een briefadres aanvragen bij instellingen zoals de Daklozenvakbond of bij HVO-Querido. We willen kwetsbare inwoners niet extra in de problemen brengen.” 

Automatiseren

Wat zou Rouwenhorst andere gemeenten adviseren die nog niet actief bestuurlijk boetes opleggen?

Probeer zoveel mogelijk te automatiseren. Voor ons is het nog een tamelijk arbeidsintensief proces, waar veel handmatige werkzaamheden inzitten. Zo draaien we Excellijsten uit die we naar de afdeling Belastingen sturen die de boete gaat innen.

Maak daarnaast een analyse van de kosten en de baten. Denk daarbij niet alleen aan geld, maar aan wat een juiste inschrijving je nog meer kan opleveren. 
Behalve dat, investeer in preventie. In overleg met buitenlandse studenten- of expatorganisaties kun je er aan de voorkant op hameren dat deze groep een verplichting heeft om zich in te schrijven op het adres waar ze wonen en zich bij vertrek ook weer uit te schrijven.”