Sinds 2017 neemt gemeente Krimpen aan den IJssel, een gemeente met 30.000 inwoners, deel aan LAA. Sindsdien is het enthousiasme op het raadhuis voor adresonderzoek alleen maar toegenomen. Iedereen werkt hard aan een kloppend adressenbestand. Hoe kijkt burgemeester Martijn Vroom terug én vooruit op adresonderzoek?

Burgemeester Krimpen aan den IJssel - Martijn Vroom

Jullie zijn sinds 2017 aangesloten bij LAA, waarom kozen jullie daarvoor?

‘Vijf jaar geleden werd ik hier burgemeester. Ik ging naar een congres in Nieuwegein over identiteitsfraude. Daar moet je veel van weten als burgemeester, werd mij verteld. Op dat congres werd over Krimpen gesproken als een risicogemeente vanwege de vele briefadressen.

Ik dacht gelijk: dat gaat niet om fraude, dat komt door al onze schippers. En dat bleek ook het geval. In elk geval werd ik getriggerd om alle data rondom adressen eens goed op een rijtje te zetten. En om adresfraude inzichtelijk te krijgen natuurlijk. Via LAA konden we daar hulp bij krijgen.’

Wat drijft u om werk te maken van adresonderzoek?

‘Ik vind eerlijkheid heel belangrijk. Zolang er woningnood is, zijn woningen uitsluitend bedoeld om in te wonen. Dan hoor je al helemaal niet te sjoemelen. Dat is niet alleen frauduleus, maar ook oneerlijk naar mensen die al jaren op een wachtlijst voor een sociale huurwoning staan. Bovendien gaat adresfraude vaak hand in hand met uitkeringsfraude. Onze voorzieningen zijn alleen voor mensen die daar recht op hebben.’

Hoe is jullie aanpak veranderd de afgelopen drie jaar?

‘We zitten er veel meer bovenop. In de uitvoering werken we in één multidisciplinair team. Eerst was alleen burgerzaken ermee bezig. Inmiddels is onze adresaanpak ingebed in alle disciplines: van veiligheid tot sociale dienst en van kadaster tot handhaving. Ook de politie zit bij ons overleg. Die nauwe samenwerking maakt dat je een signaal sneller doorloopt. Je kunt wel eerst met de sociale dienst overleggen en daarna met de politie, maar dat vertraagt alles. De lijntjes zijn heel kort en er zijn geen hiërarchische lagen. Als burgemeester ben ik benaderbaar, voor medewerkers én burgers. Als je een paar mensen enthousiast hebt, steek je elkaar aan en weet je elkaar steeds beter te vinden.’

Maakt jullie dorpse karakter adresonderzoek gemakkelijker?

‘Ik denk het wel. We werken met 178 mensen bij de gemeente en bijna allemaal wonen we in Krimpen. Dan weet je dus al snel wat er rondgaat. Maar dat voordeel is gelijk een nadeel. Als jouw buurman betrokken is bij een zaak, ga je liever niet langs. En in sommige gevallen wil je echt niet dat ze weten waar je woont. Dan zeg ik ook: laat mij als burgemeester deze zaak oppakken.’

Wat levert een intensievere aanpak op?

‘Dat onze reputatie van ‘rustig dorp’ overeind blijft. We willen voorkomen dat ons dorp een plek wordt voor ondermijning omdat criminelen elders worden weggedrukt. Dat risico loop je als je aan de rand van Rotterdam zit. Vaak begint terrorisme met een vals paspoort en mensenhandel met een vals adres.

Als je aan de voorkant scherp bent op adresfraude, straal je uit dat mensen met slechte bedoelingen in Krimpen niet op de juiste plek zijn.’

Is er een specifiek probleem waar jullie veel mee te maken hebben?

‘We hebben vooral last van bankslapers. Dat zijn – vaak – mannen die weer bij hun ex intrekken en daar maanden op de bank slapen of de schuur betrekken. Vervelend is dat er regelmatig huiselijk geweld bij komt kijken, ze willen niet weg en de relatie is niet goed. Je kunt wel overgaan tot ambtshalve inschrijven, maar dan moet je zeker weten dat zo’n man er echt woont. Die mensen blijven juist vaak bewust onder de radar, bijvoorbeeld vanwege schulden.’

Zijn er frustraties die jullie ervaren in de adresaanpak?

‘We zijn een zogenaamde PI-gemeente, met een penitentiaire inrichting in het dorp. De ingeslotenen staan dus bij ons ingeschreven. Maar als een gevangene wordt vrijgelaten, krijgen we vanwege de veiligheid en privacy vaak geen melding. Dat is onhandig, want zolang ze niet in een nieuwe woonplaats staan ingeschreven, hebben wij de plicht ze te behandelen alsof ze hier wonen. En als we ze zomaar uitschrijven, ontvangen ze geen voorzieningen meer, terwijl ze juist weer hun leven willen opbouwen. Wij krijgen graag een signaal dat iemand zich elders heeft gevestigd, zodat wij het dossier kunnen sluiten.’

Hoe zou jullie adresonderzoek nog kunnen verbeteren?

‘Ik zou meer data willen delen en koppelen. Op die manier hoef je niet met algoritmen te werken en blijf je weg van voorspellen en vermoeden. Als we databestanden mogen koppelen, komen fraudegevallen vanzelf naar boven en kun je er gelijk op af. Maar privacyregels belemmeren die aanpak. Als de wijkagent signaleert dat er iets aan de hand is bij Dorpsstraat 7, mag hij dat niet zomaar delen.’

Waar ligt toekomst van adresonderzoek volgens u?

‘Concurrent design vind ik een interessant fenomeen. Deze werkwijze wordt in de ruimtevaart al toegepast. Nu is het zo dat een signaal bij één persoon binnenkomt, die maakt een afweging en gaat weer in overleg met een collega. Vervolgens is er opnieuw overleg en ben je weer een paar dagen of weken verder. Bij concurrent design werk je parallel aan één opdracht. In het geval van adresonderzoek zou een groep experts dus gelijktijdig aan de slag gaan met een signaal, totdat het signaal is opgelost. Zo maak je heel snel beslissingen en ga je niet aan overlegstructuren ten onder.’

Burgemeester Martijn Vroom in gesprek met Ilona Kingma, accountmanager RvIG

Tot slot, wat zijn de succesverhalen van de afgelopen jaren rondom adresaanpak?

‘De laatste tijd zijn veel hoofdpijndossiers, waar we al jaren een apart gevoel bij hadden, opgelost. Met een officiële melding van LAA en via onze eigen aanpak met toezichthouders BRP kunnen we zo’n adres eindelijk onderzoeken. Een ander groot succes vind ik dat we door onze aansluiting bij LAA als gemeente veel scherper zijn op adresonderzoek. Er is ontzettend veel betrokkenheid en steeds meer medewerkers vinden het leuk zich vast te bijten in een adresonderzoek. Daar begint een succesvolle aanpak echt mee: enthousiasme op de werkvloer.’