De gemeenten die deelnemen aan LAA krijgen iedere maand risicosignalen voor adresonderzoek. Daarnaast ontwikkelen we voortdurend nieuwe soorten signalen; in proeven en pilots met verschillende groepen gemeenten en BRP-afnemers. Welke soorten signalen zijn ‘volwassen’ en welke zijn in ontwikkeling?

Ontwikkelsignalen

Nieuwe risicosignalen ontwikkelen we volgens een specifieke aanpak. We starten met een proef waaraan ongeveer 5 gemeenten en de betrokken BRP-afnemer deelnemen. Met elkaar ontwikkelen we een risicosignaal dat door de zogenaamde ontwikkelgemeenten wordt onderzocht. Vaak start een pilot met een kick-off bijeenkomst rond het moment waarop de levering van de te onderzoeken adressen plaatsvindt.

Na ongeveer een maand delen we de eerste ervaringen in een zogenaamde werksessie. Dit is ook het moment om, waar nodig, bij te sturen. We ronden de proef/pilot altijd af met een evaluatie om vast te stellen of bijvoorbeeld de slagingskans nog verder verhoogd kan worden, maar ook of de gebruikte werkinstructie helder genoeg is.

Met elkaar zorgen we ervoor dat een risicosignaal wordt uitgezet waarbij de kans op het vinden van onjuistheid groot is. Zowel de BRP-afnemer als ontwikkelgemeenten hebben hierin een belangrijke rol.

Volwassen signalen

Volwassen signalen zijn de signalen die na een proef- en pilotfase positief zijn afgerond en aan alle LAA-deelnemers verstrekt kunnen worden voor onderzoek. Het gaat om de volgende acht signaaltypen: VOW adres, VOW persoon, veelverhuizers, samenwoners, overbewoning, doorgangsadres, onbestelbaar retour CJIB en briefadres Belastingdienst.

De gemeenten ontvangen de signalen volgens een vast ritme: in de eerste week van iedere maand worden in de LAA-applicatie 4 tot 5 verschillende typen adressen klaargezet voor onderzoek. Dit figuur toont welke signaaltypen tot 1 juni 2020 zijn geleverd en hoe de planning er voor de komende maanden uitziet. Om de kwaliteit van deze volwassen signalen blijvend te garanderen, worden ze stelselmatig doorontwikkeld en geëvalueerd.