Gemeenten die deelnemen aan LAA krijgen iedere maand risicosignalen voor adresonderzoek. In het laatste kwartaal van 2019 ontvangen gemeenten extra signalen zodat we nog dit jaar het maximale kunnen halen uit de adresonderzoeken. Dit doen we uiteraard zonder verlies aan kwaliteit van de signalen en het resultaat. We hebben twee soorten; ‘volwassen’ en ontwikkelsignalen.

Volwassen signalen

De eerste groep noemen we ‘volwassen’ signalen. Dit zijn signalen die na een proef- en pilotfase rijp zijn gebleken om aan LAA-deelnemers verstrekken. Dit zijn inmiddels negen signaaltypen: briefadres, briefadres met toeslagenbelang van de Belastingdienst, CJIB OBR, doorgangsadres, overbewoning, samenwoners, veelverhuizers, VOW-adres en Status VOW (VOW is: vertrokken onbekend waarheen).

De gemeenten ontvangen de signalen volgens een vast ritme: in de eerste week van iedere maand worden in de LAA-applicatie adressen van vier tot vijf verschillende typen klaargezet voor onderzoek. Deze figuur toont welke signaaltypen tot en met oktober 2019 zijn geleverd. 
Om de kwaliteit van deze volwassen signalen blijvend te garanderen, worden ze stelselmatig doorontwikkeld en geëvalueerd. 

Volwassen signalen

Ontwikkelsignalen

Binnen LAA stuiten gemeenten en BRP-afnemers ook regelmatig op nieuwe vormen van adresgerelateerde fraude. Een nieuw risicosignaal ontwikkelen we al lerende in proeven en pilots. Een gemeente die deelneemt aan een proef of pilot ontvangt hiertoe ‘ontwikkelsignalen’, steeds in de tweede week van de maand (en in aanvulling op de volwassen signalen). De leerpunten van het adresonderzoek worden besproken tijdens zogenoemde ontwikkelsessies waarbij ook collega-gemeenten en betrokken BRP-afnemers aanwezig zijn. 

Dit najaar ging een LAA-pilot met het signaal Onbestelbaar retour CJIB van start om schuldenproblematiek snel in beeld te brengen bij het CJIB en de gemeente. 

Ontwikkelsignalen