Tekst Leestijd: ca. 5 minuten
Foto Loïs Diallo

Wat doe je als medewerker Publiekszaken met een burger die zich wil inschrijven waar dat officieel niet mag? Inschrijven in de BRP op het feitelijk woonadres móet, maar permanent wonen op een recreatiepark mag niet. Wat wordt het: handhaven, gedogen of een oplossing zoeken?

Actie-agenda helpt

De Actie-agenda vakantieparken (BZK, 29 november 2018) helpt bij deze dilemma’s. “Want mensen beboeten, of wegsturen, is ‘symptoombestrijding’,” volgens Prescillia van Noort (beleidsmedewerker huisvesting aandachtsgroepen van het ministerie van BZK ). “De actie-agenda biedt geen kant en klaar beleid, maar roept gemeenten op om zicht te krijgen op vakantieparken en haar bewoners. Zodat er een slim, integraal en regionaal beleid voor geformuleerd wordt, dat rekening houdt met de mensen die er wonen. De actie-agenda geeft handvatten voor integrale, publiek/private samenwerking.” 

“In sommige regio’s is een overcapaciteit aan recreatieparken en hebben ondernemers moeite het hoofd boven water te houden. Tegelijkertijd speelt er vaak een woningtekort," stelt Van Noort. "Als je naast een goede ruimtelijke ordening rekening houdt met zowel de parkeigenaren als de bewoners kunnen recreatieparken het tekort aan woningen (tijdelijk) mede-oplossen.”

Bewust aan de balie

“Als iemand aan de balie meldt dat hij op een adres woont waar dat niet mag, is dat een nuttig contactmoment,” vindt Van Noort. “Informeer, het liefst samen met collega’s van het sociaal domein, waarom iemand zich op dat adres wil inschrijven. Is er misschien meer aan de hand? Heeft de bewoner behoefte aan bepaalde hulp of zorg?” Daarnaast kan een gesprek aan de balie beleidsinformatie opleveren: “Waarom vindt deze persoon geen reguliere woning? Waaraan is er behoefte in de gemeente? Zo sla je meerdere vliegen in één klap!”

verbouwing op recreatiepark

Aanpak recreatieparken vraagt multidisciplinair samenwerken

Maatwerk werkt

“Vraag je als gemeente af wat je wilt met een park: hoe aantrekkelijk is het park voor toerisme op de langere termijn? Pols wat de eigenaar wil. En,” adviseert Van Noort, “verplaats je in de mensen die er wonen, maak goede onderlinge afspraken en lever maatwerk.” 

De ervaring leert dat er enkele succesvolle beleidsmaatregelen zijn, zoals:

  • maatwerk via persoonlijke aanpak: huisbezoek, kennismaken met elke bewoner, samen afspraken maken
  • casusoverleg: samenwerking tussen partijen, zoals Burgerzaken, het sociaal domein, Handhaving en Toezicht en de beheerder/eigenaar van het park
  • (tijdelijke) persoonsgebonden gedoogbeschikkingen: in combinatie met afspraken over een duurzame oplossing
  • één park, één plan: zoals herbestemming recreatie naar een andere bestemming, zoals (tijdelijk) wonen (bijvoorbeeld voor spoedzoekers)

Heerde: in buitengebied veel strijdige woonsituaties 

De gemeente Heerde is een kleine plattelandsgemeente met relatief veel strijdige woonsituaties in bijgebouwen en illegaal gesplitste woningen in het buitengebied. Heerde pakt strijdige woonsituaties zoveel mogelijk integraal op door maatwerk en casusoverleg. “Een voordeel van een kleine organisatie: korte lijnen met de verschillende disciplines,” vertelt Frank Berghuis (beleidsadviseur Ruimte, Ondernemen en Wonen).

“Een paar jaar geleden is besloten om illegale woonsituaties aan te pakken. Vanwege veiligheidsrisico’s, maar ook vanwege de ongelijkheid door de strijd met de woonbestemming. Elk gedogen schept een precedent.” Maar handhaving puur vanuit Ruimtelijke Ordening bleek niet te werken. “Al snel hebben we andere afdelingen betrokken: Burgerzaken, Belastingen/WOZ, BAG, handhaving, volkshuisvesting en het sociaal domein die kennis hebben van de Wmo, schuldhulpverlening en leerplicht/jeugdzorg. Te vaak stuitten we op schrijnende situaties die je niet alleen kunt oplossen.”

Fatsoenlijke huisvesting is een knelpunt 

Heerde gebruikt integraal casusoverleg om bijzondere bewoningssituaties te bespreken. “Per geval maken afspraken over de termijn voor en de voorwaarden van de gedoogtermijn. Maatwerk dus,” zegt Berghuis. “Maar we kunnen helaas niet alles in één keer oplossen. Dus we moeten prioriteren: eerst brandveilige situaties verhelpen. Soms gewoon door rookmelders aan te brengen, omdat we geen echte oplossing voorhanden hebben. En de schrijnende gevallen zo humaan mogelijk helpen. Je kunt mensen niet zomaar wegjagen uit het huis waar ze wonen.” Maar huisvesting is een knelpunt. Ook op het platteland zijn er lange wachttijden. Daarom heeft Heerde oor naar de ‘pauzewoningen’, zoals in de gemeente Nunspeet.

Elk voordeel heeft z’n nadeel

“Integraal samenwerken helpt, want met z’n allen hebben we veel informatie, kun je sneller acteren en voorkom je veel misverstanden. Maar het gaat lang niet zo snel als ik in mijn hoofd had. Dat is het nadeel van een kleine gemeente: iedereen heeft veel verschillende taken en doet deze ‘erbij’...” 

montage van situatiefoto's recreatiepark

Apeldoorn: op bezoek op 75 parken 

In de gemeente Apeldoorn zijn 75 recreatieparken! Een aantal jaar geleden was er het vermoeden van criminele activiteiten op sommige parken. Toen is het team van Huub Hooiveld (strategisch beleidsadviseur en programmamanager) controleacties gestart om ter plaatse te gaan kijken, samen met handhaving, politie, hulpdiensten en het sociale wijkteam. “Daar stuitten de controleurs meer op strijdig ruimtegebruik dan op criminele praktijken, gelukkig.”

Apeldoorn sloot zich toen aan bij het programma Vitale Vakantieparken op de Veluwe, maar heeft ook een eigen aanpak voor slim beleid per park. Hooiveld heeft een volle agenda: “We gaan op bezoek bij de parkeigenaren en vragen wat er speelt en wat de ideeën voor de toekomst zijn.” Daarnaast gaan de controle-acties door. “De afgelopen 2 jaar hebben we ruim 40 parken bezocht. Samen met onder andere het sociaal wijkteam. Dus als we kwetsbare mensen aantreffen, kunnen we die hopelijk helpen.”  

Het belangrijkste is om de recreatieve functie te revitaliseren, maar dat is niet voor elk park haalbaar: “Sommige parken zijn dusdanig verwaarloosd dat de beste optie is om het gebied terug te geven aan de natuur,” volgens Hooiveld. “Uiteindelijk willen we per park een haalbaar beleid maken: één park, één plan.” 

Knelpunt in de communicatie

“Als uit controleacties blijkt dat er permanent gewoond wordt, registreren we dat; we handhaven er voorlopig niet op.” En als iemand zich meldt bij de balie om zich in te schrijven in een recreatiewoning? “Dan schrijven we hem of haar in,” belooft Hooiveld. “Dat zijn we verplicht. Maar hier zie je nu wel een knelpunt in de communicatie: eerst krijgt de nieuwe bewoner een welkomstbericht van de gemeente en kort erna een brief van handhaving dat bewoning niet mag en dat men de woning uit moet. Dat is schrikken voor veel mensen! Als ze navragen hoe of wat, vertellen we dat we voorlopig niet handhaven. Want daarmee lossen we niks op. Het is duidelijk dat er een behoefte is aan wonen die we elders in de gemeente niet kunnen invullen. Maar het probleem is dat we geen formeel gedoogbeleid hebben.” 

“Je kunt er niet omheen dat je met een groep mensen te maken hebt die een woonbehoefte heeft. Daar moet je iets mee.”

Pauzewoningen of nieuwe woonwijk? 

Apeldoorn overweegt nu om, net als in de buurgemeente Nunspeet, ‘pauzewoningen’ aan te wijzen. Hooiveld licht toe: “Dat betekent dat we in overleg met de parkeigenaar voor een aantal woningen voor een aantal jaar ontheffing verlenen voor permanente bewoning. We willen dan wel weten wie er woont. Een andere tijdelijke oplossing is om er tijdelijk arbeidsmigranten te huisvesten.” Maar er zijn op termijn ook duurzame oplossingen denkbaar: “We kunnen bepaalde parken herinrichten tot woonwijk, zoals in Harderwijk gebeurt. Want,” meent Hooiveld, “je kunt er niet omheen dat je met een groep mensen te maken hebt die een woonbehoefte heeft. Daar moet je iets mee.”

'Wonen in strijd met de woonbestemming' is thema contactgroepbijeenkomsten

In juni is ‘wonen in strijd met de woonbestemming’  het centrale thema van de LAA-contactgroepbijeenkomsten. Hierbij werkt LAA samen met BZK/Wonen en VNG/KCHN. Jeroen Smits, programmamanager bij de VNG, verwacht dat we daar veel van elkaar kunnen leren: welk beleid werkt? Welke knelpunten zie je? En: hoe krijg je je bestuurders mee?