Tekst Leestijd: ca. 3 minuten

De gemeenten die deelnemen aan LAA krijgen iedere maand risicosignalen voor adresonderzoek. Verder ontwikkelen we ook dit jaar weer nieuwe soorten signalen, in proeven en pilots met verschillende groepen gemeenten en BRP-afnemers. Welke soorten signalen zijn er ‘volwassen’ en welke zijn er in ontwikkeling?

Volwassen signalen

De eerste groep noemen we ‘volwassen’ signalen. Dit zijn signalen die na een proef- en pilotfase rijp zijn gebleken om aan de deelnemers van LAA te verstrekken. Dit zijn inmiddels 8 signaaltypen: briefadres, CJIB OBR (post onbestelbaar retour), doorgangsadres, overbewoning, samenwoners, veelverhuizers, VOW-adres en Status VOW (VOW is: vertrokken onbekend waarheen).
De gemeenten ontvangen de signalen volgens een vast ritme: in de eerste week van iedere maand worden in de LAA-applicatie adressen van 4 tot 5 verschillende typen klaargezet voor onderzoek. Deze figuur toont welke signaaltypen in het eerste kwartaal van 2019 worden geleverd. 

volwassen signalen

Om de kwaliteit van deze volwassen signalen te kunnen blijven garanderen, worden ze stelselmatig doorontwikkeld en geëvalueerd.

Ontwikkelsignalen

Binnen LAA stuiten gemeenten en BRP-afnemers ook regelmatig op nieuwe vormen van adresgerelateerde fraude. Een nieuw risicosignaal ontwikkelen we al lerende in proeven en pilots. Een gemeenten die deelneemt aan een proef of pilot ontvangt hiertoe ‘ontwikkelsignalen’, steeds in de tweede week van de maand (en in aanvulling op de volwassen signalen). De leerpunten van het adresonderzoek worden besproken tijdens zogenoemde ontwikkelsessies waarbij ook collega-gemeenten en de betrokken BRP-afnemer aanwezig zijn. 

In 2019 worden diverse nieuwe signalen ontwikkeld:

  • In de pilot Schijnverlating wordt het Belastingdienst-signaal verder opgeschaald richting landelijke uitrol. Parallel hieraan wordt een proef gestart waarbij het adres van de vertrokken ouder in andere gemeente ligt dan de achtergebleven partner (intergemeentelijk).
  • Het signaal VOW BD (Vertrokken Onbekend Waarheen) is een signaal waarbij de Belastingdienst twijfelt aan de status VOW, omdat zij ziet dat deze personen economisch actief zijn in Nederland.
  • In de tweede helft van 2019 wordt er gestart met de ontwikkeling van een nieuw risicosignaal in samenwerking met het UWV én een nieuw risicosignaal met de Belastingdienst.  

Onderstaande plaat toont hoe het ontwikkelwerk is verdeeld over het jaar 2019.  

ontwikkelsignalen

Afgerond in 2018

Vorig jaar hebben gemeenten de risicosignalen Spookjongeren en Uitwonende jongeren beproefd. Deze signalen bleken niet geschikt voor landelijke uitrol: het gaat (gelukkig) nog maar om lage aantallen en het speelt zich voornamelijk af in grotere gemeenten. Op Pleio-LAA deelden we de instructies, tips en leerpunten. Hiermee zijn gemeenten in staat om via een aantal vastgestelde criteria zelfstandig risicosignalen uit eigen systemen te halen en onderzoek te doen naar Spookjongeren en Uitwonende jongeren (log hiervoor in op Pleio-LAA).

Uit de proeven met het leegstand-signaal bleek dat dit voor sommige gemeenten veel kan opleveren: zicht op onderhuur en slechte huisvesting van arbeidsmigranten bijvoorbeeld, maar ook mensenhandel en hennepplantages kwamen in beeld. De waarde van het signaal voor het verbeteren van de kwaliteit van de BRP is echter zeer klein. Het signaal wordt dus niet landelijk beschikbaar gesteld voor onderzoek. Er is maatwerk nodig voor de lokale situatie. Het signaal wordt incidenteel op aanvraag geleverd en lokaal georganiseerd. 

De overige 4 ontwikkelsignalen uit 2018 zijn wel geschikt voor landelijke uitrol in 2019: 

  1. Briefadressen met toeslagenbelang van de Belastingdienst.
  2. Schijnverlatingen waarbij de Belastingdienst gerede twijfel heeft over de adresmutatie van een vader of moeder. Mogelijk wordt er misbruik gemaakt van adresafhankelijke toeslagen. 
  3. Een uitbreiding op het huidige CJIB OBR-signaal. Het betreft een aanpassing in de vragenlijst om zo de retourinformatie te delen die het CJIB nodig heeft voor een persoonsgerichte benadering van de inning van boetes.
  4. RDW OBR: reageert iemand niet op een herinnering- of een waarschuwingsbrief van de RDW (voor het afsluiten van een verzekering of het uitvoeren van de APK)? Dan volgt overdracht aan het CJIB. Dit nieuwe signaal ‘lift mee’ op de voor CJIB OBR geplande ontwikkelsessies en kan zo versneld naar landelijke uitrol.