Themanummer Adresonderzoek

Dit artikel hoort bij: LAA Magazine Editie 18

Regionale aanpak adreskwaliteit biedt voordelen

dubbelportret Chantal Randsdorp en Staephanie Koot

Tekst Leestijd: ca. 4 minuten

Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout en Teylingen maken deel uit van de regionale werkgroep Aanpak adreskwaliteit. Vanaf 1 januari 2019 gaat het niet meer om zes gemeenten, maar om vijf, want op die datum is de fusie van Noordwijk en Noordwijkerhout van kracht. Hillegom, Lisse en Teylingen zijn weliswaar drie zelfstandige gemeenten, maar ze hebben één ambtelijke werkorganisatie.

actiesymbool Themanummer Adresonderzoek

Chantal Randsdorp is teammanager Burgerzaken van de werkorganisatie, die HLTSamen heet. "Alle gemeenten in onze regionale werkgroep hebben met elkaar gemeen dat ze adreskwaliteit professioneel willen aanpakken", aldus Chantal.
Staephanie Koot is adviseur Burgerzaken in Alphen aan den Rijn en heeft vanuit die functie al veel ervaring met regionale samenwerking. Ze is ook ambassadeur van LAA en in die hoedanigheid zit ze samen met LAA-domeinexpert Dirk Rutgers de werkgroep voor.
 

"Alle gemeenten in onze regio willen de adreskwaliteit professioneel aanpakken"

Goede voorbereiding

De werkgroep Aanpak adreskwaliteit Duin- en Bollenstreek ging anderhalf jaar geleden van start. "Op een natuurlijke manier, door ambtelijke contacten", vertelt Staephanie. "Medewerkers van Burgerzaken in Noordwijkerhout vroegen aan mij: hoe organiseren jullie in Alphen aan den Rijn adresbezoek? Dat contact mondde uiteindelijk uit in deze werkgroep." Op dat moment waren de meeste deelnemende gemeenten nog niet aangesloten bij LAA. Hillegom, Katwijk, Lisse en Teylingen doen sinds 2018 mee. "De werkgroep was bedoeld als voorbereiding", zegt Staephanie. "Hoe pak je het aan? Hoe ziet de praktijk van alledag eruit? En hoe creëer je draagvlak, zowel bij de bestuurders als bij de medewerkers van de afdelingen waarmee je wilt samenwerken?" De werkgroep vergadert als het nodig is. Aanvankelijk ongeveer eens per twee maanden, maar nu LAA-deelname voor alle gemeenten een feit is en er veel moet gebeuren, treffen ze elkaar bijna maandelijks.
 

portret Chantal Randsdorp
Chantal Ransdorp
portret Staephanie Koot
Staephanie Koot

Interesse en bewustwording

Afgelopen zomer organiseerde de werkgroep een informatieve bijeenkomst voor medewerkers van diverse afdelingen en organisaties uit alle betrokken gemeenten. "Het sociaal domein, veiligheid, handhaving en toezicht, maar ook woningcorporaties en de politie", zegt Chantal. "Alle afdelingen en organisaties die een belangrijke rol spelen bij adreskwaliteit waren uitgenodigd." De belangstelling was groot. Dat was ook het geval bij de informatieve bijeenkomst medio november voor bestuurders en management. Hier presenteerde de werkgroep een visiedocument, waaruit het belang van adreskwaliteit blijkt. Voor veel aanwezigen was dat een eyeopener. Staephanie: "Door adreskwaliteit aan te pakken, krijg je zicht op wat er in een gemeente gebeurt. Van bijstandsfraude en illegale kamerverhuur tot gezinssituaties met jonge kinderen waar hulp nodig is." Chantal: "We hebben interesse gewekt en bewustwording gecreëerd."

"Samenwerken met andere gemeenten is nu gemakkelijker"

Capaciteitsproblemen

Iedere gemeente uit de regionale werkgroep is verantwoordelijk voor de eigen BRP en voert zijn eigen adresonderzoek uit. Hoe ze dit inrichten en of ze de LAA-signalen apart behandelen of meenemen in het reguliere adresonderzoek, beslissen ze zelf. Maar de regionale werkgroep maakt samenwerking veel gemakkelijker. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld bij vermoedens van schijnverlating letterlijk tegelijkertijd op twee plekken een huisbezoek afleggen, ook in twee gemeenten. Eén van de ideeën van de werkgroep is ook dat gemeenten elkaar kunnen bijstaan bij capaciteitsproblemen. Staephanie: "Als het ervan komt dat een toezichthouder BRP van de ene gemeente ook als toezichthouder in een andere gemeente aan het werk gaat, moeten we natuurlijk goede afspraken maken over intergemeentelijke samenwerking."

"De BRP is belangrijk voor de hele overheid"

Multidisciplinaire samenwerking

"In de werkgroep ondersteunen gemeenten elkaar", zegt Staephanie. "Dat gaat niet alleen over hoe je een adresonderzoek opzet, maar ook over de manier waarop je het college en het management kunt overtuigen." Als voorbeeld noemt ze de samenwerking van Burgerzaken, als verantwoordelijke afdeling voor de BRP, met andere afdelingen. "Het gaat er niet om dat andere afdelingen Burgerzaken helpen, maar zich verantwoordelijk maken voor het oppakken van onderdelen van het adresonderzoek die buiten het vakgebied van Burgerzaken vallen." Als bijvoorbeeld het Sociaal Domein of Handhaving samen met Burgerzaken optrekt, kunnen deze afdelingen hun eigen taak ook effectiever uitvoeren. Staephanie: "Door dit soort overwegingen met elkaar te delen in de werkgroep, help je elkaar om in je eigen gemeente draagvlak te creëren." Het is de bedoeling van de werkgroep om de bestaande capaciteit zo effectief mogelijk in te zetten, bijvoorbeeld door multidisciplinaire samenwerking, maar ze willen ook extra capaciteit. Chantal: "De BRP wordt steeds belangrijker, niet alleen voor gemeenten, maar voor de hele overheid."

groepsportret regionale werkgroep Duin- en Bollnstreek

V.l.n.r. Dirk Rutgers (domeinexpert LAA), Staephanie Koot, Veronique van Winsen (vakspecialist Burgerzaken), Chantal Randsdorp, Tineke Vreeburg (medewerker Burgerzaken, Paula Kwinkelenberg (adviseur kwaliteit & uitvoering Burgerzaken) en Peter van den Berg (coördinator Burgerzaken)