Tekst Leestijd: ca. 8 minuten

actiesymbool Themanummer Adresonderzoek

Deze editie zoomt in op de verschillende manieren waarop gemeenten het LAA-adresonderzoek organiseren. In veel gemeenten treedt Burgerzaken op als procesregisseur. Andere gemeenten kiezen voor multidisciplinaire of regionale samenwerking. Gemeenten zetten ook BOA’s of externe partijen in, zoals gerechtsdeurwaarders. Heb je hulp nodig bij het organiseren van het LAA-adresonderzoek in jouw gemeente? Neem contact op met je accountmanager.​

portret van Michiel Koster van Groos

Bijna driekwart van de Nederlandse gemeenten doet inmiddels mee aan LAA. "Eén recept om adresonderzoek vorm te geven, is er niet, maar het patroon is duidelijk", zegt Michiel Koster van Groos, projectleider van het team gemeenten bij LAA. "Het begint bij Burgerzaken, maar wordt al snel iets gezamenlijks."

"Als je elke dag tot over je oren in het adresonderzoek zit, kijk je niet automatisch naar het grote geheel. Doe je dat wel, dan zijn de cijfers na ruimvier jaar LAA best indrukwekkend," zegt Michiel. "Van de 380 Nederlandse gemeenten doen nu 268 mee. Daar woont zo'n 85 procent van de inwoners van Nederland. Dat grote bereik, met zo veel signalen en met zoveel verschillende partijen, dat hadden we bij de start niet durven dromen. Het succes van LAA is dat gemeenten echt resultaten boeken: van correcties in de BRP tot de aanpak van illegale onderhuur, leegstand en fraude."

Begeleiding vanaf dag 1

Het team van Michiel begeleidt gemeenten die deelnemen aan LAA. "Dat gaat vanaf de aansluiting, de iPad die de toezichthouders gebruiken en het leveren van de adressignalen tot advies over de vraag hoe je het adresonderzoek intern organiseert", zegt Michiel. "En we helpen bij het ontwikkelen van nieuwe signalen die aanleiding kunnen geven tot adresonderzoek; bijvoorbeeld de signalen van de Belastingdienst over toeslagen op een adres en die van post die het CJIB onbestelbaar retour krijgt."

 ​

portret van Dirk Rutgers

"De BRP is een kroonjuweel dat je moet blijven poetsen"

Domeinexperts als 'vliegende brigade'

Een belangrijke rol binnen het team gemeenten van LAA is weggelegd voor de domeinexperts: Dirk Rutgers, Daniëlle Meijer en Sandro Marcolina Mattion. Als 'vliegende brigade' trekken zij door het land om gemeenten ter plekke te helpen hun adresaanpak vorm te geven.

Dirk Rutgers: "BRP is kroonjuweel"

"Eigenlijk is het onverantwoord dat elke gemeente een eigen afweging kan maken hoe men wil omgaan met de BRP. De BRP is zo enorm belangrijk; een groot deel van ons handelen als overheid is erop gebaseerd. De BRP is een kroonjuweel dat je moet blijven poetsen.

Met zo'n belangrijke basisregistratie kun je er donder op zeggen dat er mensen zijn die gaan proberen de mogelijkheden uit te buiten om er financieel voordeel uit te halen. Dat maakt adresonderzoek zo waardevol. Aan de ene kant kun je de mensen aanpakken die misbruik maken van het systeem en de kantjes eraf lopen; aan de andere kant kun je de mensen helpen die met hun rug tegen de muur staan.

Ik neem de gemeenten waar ik over de vloer kom het werk niet uit handen. Ik wil wel hun betrokkenheid en bewustzijn vergroten. Samen met medewerkers sparren: wat zien we nou eigenlijk achter die adressignalen? Gemeenten moeten zelf iets willen opbouwen, met hun eigen expertise. Ik hoop dat mijn enthousiasme en mijn ervaring als coördinator fraudebestrijding bij de gemeente Amsterdam daaraan iets bijdraagt."

Stap 1: beginnen bij Burgerzaken

Na vier jaar LAA heeft Michiel een helder beeld van de ontwikkeling bij gemeenten die serieus werk maken van adresonderzoek. " In 90 procent van de gevallen begint het bij Burgerzaken. Dat is bijna een automatisme; denk aan de BRP en iedereen denkt aan Burgerzaken. Maar al snel nadat LAA de eerste signalen aanlevert, blijkt dat het niet alleen gaat om wijzigingen in de BRP. Er komen ook andere bevindingen terug uit het huisbezoek, waar anderen binnen de gemeente iets mee moeten."

Stap 2: werkende weg samenwerken

Dat is het moment voor de volgende stap: samenwerking binnen het gemeentehuis. Michiel: "Werkende weg ontstaat het besef dat adresonderzoek resultaten oplevert en beginnen andere diensten interesse te tonen. Binnengemeentelijke samenwerking ontstaat bijna altijd werkende-weg. Vanuit LAA hoeven wij daar weinig aan te doen, we stimuleren het alleen maar. Als het adresonderzoek met LAA-signalen eenmaal goed loopt, zie je dat andere diensten met hun eigen, aanvullende signalen komen. Op dat moment is het niet meer een zaak van één partij. Dan komt er vaak iemand die een coördinerende rol vervult tussen afdelingen en diensten. Dan kun je spreken van een succes: als er een drijvende kracht is die zorgt dat afdelingen samenwerken, dat er wat met resultaten worden gedaan en die successen communiceert met management en bestuurders. Dan wordt de sneeuwbal groter."

Stap 3: partners buiten en preventie

De derde stap is die naar buiten, schetst Michiel: "Als de samenwerking binnen het gemeentehuis eenmaal goed loopt, zie je dat de gemeente partners buiten opzoekt. Dat zijn bijvoorbeeld andere gemeenten, de politie en woningcorporaties, die ook een schat aan informatie hebben. Op het gemeentehuis ontstaat uiteindelijk vaak het besef dat het goed is om ook preventief bezig te zijn: we moeten al aan de balie alert zijn en voorkomen dat mensen zich verkeerd inschrijven."

portret van Daniëlle Meijer

"Werken met de BRP is meer dan: 'Welkom, hier hebt u een bloemetje'"

Daniëlle Meijer: 'Aandacht nodig voor competenties'

"Ik heb negen jaar gewerkt in het sociaal domein: als sociaal rechercheur, als kwaliteitsmedewerker en ook in een team dat maatwerk leverde om mensen te helpen hun leven weer op de rit te krijgen. Ik deed ook mee aan gezamenlijke acties en interventieteams, daardoor was het voor mij makkelijk om bruggen te bouwen tussen de diensten. Bij Burgerzaken heb ik ingezet op een meer integrale aanpak van adresonderzoek. Met die brede achtergrond ben ik nu vanuit de gemeente Almere een jaar gedetacheerd als domeinexpert bij LAA.

Op het moment dat je als domeinexpert binnenkomt bij een gemeente, begin je altijd bij de basis: hoe is het bij Burgerzaken geregeld? Is het reguliere proces op orde, is er voldoende kennis, weet je wat de raakvlakken zijn van jouw werk met dat van andere afdelingen? Dan zie je soms dat de praktijk van LAA nog ver weg is. Wat ik merk, is dat de vereiste competenties van de medewerkers die zich met de BRP bezighouden veranderen. Vaak zie je dat de focus nog veel ligt op registratie, maar werken met de BRP is meer dan: 'Welkom in de gemeente, hier hebt u een bloemetje'. Je moet weten wat jouw werk betekent voor je collega's en voor de samenleving en de leiding moet dat inzicht ook mogelijk maken.

Inmiddels zien gemeenten steeds meer in dat de BRP de poort is voor heel veel zaken die spelen bij andere diensten en dat er veel meer bij komt kijken. Dat komt mede door LAA en dat vind ik een heel positieve ontwikkeling."

Inzet BOA’s of externe partijen

"Soms is het lastig om voldoende capaciteit te organiseren voor het adresonderzoek. Sommige gemeenten zetten daarvoor bijzondere opsporingsambtenaren of externe partijen in, zoals gerechtsdeurwaarders," zegt Michiel. "Dat heeft er ook mee te maken dat een deel van de adressignalen zwaarder wordt en meer voorbereiding vraagt. Tijdens adresonderzoek stuiten gemeenten soms op huishoudens waar je een opeenstapeling van problemen ziet. Het werk wordt specialistischer en ook zitten er vaker aspecten aan waarop moet worden gehandhaafd. Gemeenten bewaren hun interne capaciteit graag daarvoor. Het gaat allang niet meer alleen om de BRP."

Samenwerking tussen gemeenten

Het aandeel LAA-gemeenten dat onderling samenwerkt bij adresbezoeken groeit, maar is op dit moment nog klein: tussen de 10 en 20 procent, schat Michiel. "Intergemeentelijke samenwerking zie je vooral bij kleinere gemeenten, tot ongeveer 30.000 inwoners. Ze zoeken elkaar op omdat ze bijvoorbeeld niet voldoende capaciteit of kennis in eigen huis hebben. Je ziet dan dat ze samen een pool van toezichthouders vormen die adresbezoeken afleggen of dat er samen beleid wordt ontwikkeld, bijvoorbeeld op het gebied van briefadressen. Fraude houdt niet op bij de gemeentegrens, en door samen te werken voorkom je dat problemen zich verplaatsen naar buurgemeenten. Op zo'n moment is bestuurlijk draagvlak heel belangrijk; als het bestuur erachter staat, komt samenwerking heel snel van de grond."

portret van Sandro Marcolina Mattion

"Binnen een gemeentehuis is het vaak: onbekend maakt onbemind"

Sandro Marcolina Mattion: "Niet alleen voor je eigen toko"

"Adresonderzoek zit in mijn bloed. Veel mensen zitten achter een loket en doen hun ding. Je moet ze bewust maken van het belang van een goede BRP en duidelijk maken waar ze het voor doen. In mijn eigen gemeente, Den Haag, heb ik dat zien veranderen. Bijvoorbeeld bij de eerste inschrijving komend vanuit het buitenland; de mensen die voor Burgerzaken achter de balie zitten, vragen goed door en zijn inmiddels halve politieagenten geworden.

Binnen een gemeentehuis is het vaak: onbekend maakt onbemind. Mensen kennen elkaar nauwelijks en weten niet van elkaar waar ze mee bezig zijn. Ik zeg: kijk niet alleen voor je eigen toko, maar ook voor anderen. Bespreek elkaars casussen. Samenwerken, is communiceren, het delen van elkaars expertise, samen de werkdruk delen en samen resultaten halen."

"Als je goed samenwerkt, los je veel kwesties al tijdens het vooronderzoek op"

Samenwerking in de lift

Voor Michiel is de algemeen zichtbare ontwikkeling heel duidelijk: samenwerking zit in de lift, binnen het gemeentehuis en daarbuiten. "Wij helpen gemeenten hun aanpak vorm te geven door steeds meer te kijken wat er rond een adres speelt en niet enkel vanuit het eigen werkproces. Door samen te werken, los je vaak een deel van het capaciteitsvraagstuk op. Als je intern goed samenwerkt, los je veel kwesties al tijdens het vooronderzoek op en blijken adresbezoeken soms helemaal niet nodig te zijn. Dan hoef je burgers ook niet overbodig lastig te vallen."

 ​

Gemeenten Veendam en Pekela

Gezamenlijke actiedag maakt energie vrij

Eind 2017 traden de gemeenten Veendam en Pekela samen toe tot LAA. Op papier was alles goed geregeld, maar aanvankelijk bleef het aantal bezochte adressen achter bij de verwachtingen, met name in Veendam. De oplossing? Een gezamenlijke actiedag. Die dag maakte dat de achterstanden grotendeels zijn weggewerkt en alle partijen zijn doordrongen van nut en noodzaak van de LAA-aanpak.

Vanwaar de aarzelende start? Vanaf dag één was er een gezamenlijk overleg waar alle belanghebbende partijen bijeenkwamen om de LAA-signalen te bespreken en te bepalen wie in actie zou komen. In de praktijk bleken vervolgens de prioriteiten van de dag vaak voorrang te hebben. "Iedereen zag het belang, maar in de praktijk kwam het bezoeken van LAA-adressen in het gedrang", vertelt Leny Flap, contactpersoon van LAA bij De Kompanjie, het samenwerkingsverband van de gemeenten Veendam en Pekela.

De gezamenlijke actiedag in oktober had als doel de achterstand weg te werken en het enthousiasme voor de gezamenlijke aanpak te hervinden. Dat is gelukt. 'In totaal hebben we op die actiedag meer dan dertig adressen in Veendam bezocht", zegt Flap. "De lijst met LAA-adressen die nog wachtten op huisbezoek is nu flink ingekort. Iedereen was heel positief en ziet dat het nuttig en nodig is dat we voor deze gezamenlijke aanpak hebben gekozen. Op 1 januari beginnen we met een schone agenda. Door samen op stap te gaan, krijg je een beeld van de wereld achter de signalen. Voor mij was het een eyeopener om te zien hoe de collega's te werk gaan; ik heb er veel van geleerd."

groepsfoto van Dirk Rutgers, Daniëlle Meijer, Sandro Marcolina Mattion en Michiel Koster van Groos
v.l.n.r.: Daniëlle Meijer, Sandro Marcolina Mattion, Michiel Koster van Groos en Dirk Rutgers