LAA-aanpak Utrecht

Dit artikel hoort bij: LAA Magazine Editie 17

Geïntegreerd team vangt meerdere vliegen in één klap

Tekst Leestijd: ca 5 minuten
Foto V.l.n.r.: Marloes Lelieveld, Tessa Puertas en Hans Mink

‘Integraal’ en ‘samenwerking’. Dat zijn de sleutelbegrippen voor de Utrechtse LAA-aanpak. Inmiddels is het business as usual, maar anderhalf jaar geleden was het nog maar de vraag of het zou werken: een team waarin de drie grote toezichtpartijen van de gemeente Utrecht samen het LAA-adresonderzoek oppakken.

Waar ze elkaar voorheen niet eens kenden, vormen ze nu een hecht team. Tessa Puertas, projectleider LAA bij Burgerzaken, Marloes Lelieveld, senior Team Handhaving en Incasso bij Werk en Inkomen en Hans Mink, toezichthouder BRP Burgerzaken en handhavingsspecialist Vergunningen, Toezicht en Handhaving. Puertas kreeg vorig jaar de opdracht om het voortouw te nemen bij het opzetten van een multidisciplinair team LAA. ‘Bij een grote gemeente als Utrecht valt er veel te winnen bij een hoge kwaliteit van de Basisregistratie Personen (BRP). Maar we zaten met grote achterstanden; dat kon en moest beter. Door gesprekken met onze LAA-accountmanager wisten we dat de sleutel tot een goede aanpak bij LAA lag. Goed betekende onder meer dat we dat in nauwe samenwerking met de drie grote toezichtpartijen, Burgerzaken, W&I en VTH, wilden oppakken.’

Samen op huisbezoek

‘De eerste gesprekken gingen vooral om de uitwisseling van gegevens, vervolgt Lelieveld. ‘Wat mag je wel delen en wat niet? Wie mag in welke systemen? Dat heeft aardig wat inspanningen gekost, maar we zijn daar met hulp van de LAA-privacyadviseur goed uitgekomen. We zagen dit vooral als een kans om die integrale samenwerking, over de afdelingsgrenzen heen tot stand te brengen.’ Mink: ‘Op een gegeven moment zijn we gewoon begonnen. Elke dinsdag en donderdag met drie mensen, een van elke afdeling, in één auto op huisbezoek. Tessa maakte van tevoren een selectie op basis van de LAA-lijst en de locatie. We gingen bewust samen om van elkaar te leren. In de woning werkten we uiteraard elk vanuit de eigen bevoegdheid en met de eigen formulieren. Naast het kijken bij elkaar, wilden we ook zien hoe de inwoners reageren op deze aanpak. Dat blijkt een kwestie van goed communiceren te zijn. Als je het uitlegt, vinden mensen het vaak wel fijn dat ze maar een keer “lastiggevallen” worden.’

Uit de kast

Mink schetst aan de hand van een voorbeeld hoe je met het geïntegreerde team meerdere vliegen in één klap vangt. ‘We gingen op huisbezoek bij een adres waar volgens de BRP drie mannen woonden. Twee zestigers en een zoon; een vreemde samenstelling van een huishouden op één adres. Een van de oudere heren was alleen thuis en vertelde dat hij een relatie had met de andere zestiger; ze waren onlangs uit de kast gekomen.’

‘We wisten dat de sleutel tot een goede aanpak bij LAA lag’

Meervoudig misbruik

Bij het tweede bezoek was hij weer alleen thuis en besloten we nader onderzoek te doen. De zoon ging in onderzoek bij Burgerzaken; hij bleek net vader te zijn geworden. De jonge moeder bleek een kamer te huren bij haar schoonmoeder, de vermeende ex-vrouw van de afwezige zestiger. Bij onderzoek van W&I bleken ze allemaal een uitkering te krijgen, inclusief de zoon van wie we via Burgerzaken wisten dat hij een bedrijf heeft. Uiteindelijk bleken vader, moeder, zoon en schoondochter allemaal in hetzelfde huis te wonen en de tweede sociale huurwoning onder te verhuren aan de aangetroffen zestiger. Via VTH en de woningcorporatie is de woning weer ter beschikking gekomen voor iemand die daar recht op heeft. En via W&I zijn de uitkeringen aangepast. Dat zou allemaal veel trager zijn gegaan als alle partijen afzonderlijk op hun eigen signalen waren afgegaan. Samenwerken blijkt stukken efficiënter!’

Tips uit Utrecht

Om goed voorbereid aan de slag te gaan heeft team Utrecht gekeken hoe Almere en Den Haag de binnengemeentelijke samenwerking voor adresonderzoek hebben opgepakt. ‘Daarnaast hebben we ondersteuning gehad van een trainee van VNG Realisatie voor de inrichting van de organisatie. Uiteraard hebben we dat wel Utrechts gemaakt, de basis is jouw specifieke organisatie en cultuur. Klein en praktisch beginnen helpt daar in onze visie bij. Leer elkaar eerst kennen en snap en waardeer elkaars expertise. Breidt zo langzaam je samenwerking uit.’

‘Samenwerken blijkt stukken efficiënter’

Vaste werkwijze

Na een leerperiode van zes maanden heeft het gemengde team een vaste werkwijze gevonden. Marloes Lelieveld: ‘Om de signalen te prioriteren en te bepalen op welke dag en in welke samenstelling van toezichthouders we de signalen oppakken, leggen we alle LAA-signalen eerst langs de gegevens van W&I, VTH en Burgerzaken. Signalen die worden versterkt door signalen uit onze eigen systemen krijgen prioriteit. Daarmee gaan de toezichthouders goed voorbereid op pad. Het bleek effectief om drie “loopdagen” te hebben. Dinsdag voor W&I, woensdag voor Burgerzaken en donderdag voor VTH. Altijd één toezichthouder van het domein van die dag, samen met Hans. Op elke loopdag is er één persoon beschikbaar voor de coördinatie. Mutaties gaan naar Burgerzaken en mogelijke acties leggen we neer bij de betreffende afdeling. Of, en dat willen we steeds vaker doen, bij andere gemeentelijke afdelingen die niet meedoen in LAA- huisbezoeken. Denk aan buurtteams, schuldhulpverlening of leerlingenzaken.’

‘We merken dat collega's ons nu makkelijker vinden'

Steeds meer partijen

De collega’s weten het LAA-team nu sowieso makkelijker te vinden, constateert Tessa Puertas. ‘Ook de contacten met externe partijen zijn beter geworden. We werken in ons projectteam met drie domeinen samen, hebben ieder onze contacten. Door het enthousiasme dat ontstaan is, zien we ons netwerk verbreden en kunnen we makkelijker signalen bij andere afdelingen wegzetten. Ook kunnen wij vragen van anderen beter en sneller beantwoorden. Belangrijk, want handhaving is niet het enige doel van adresonderzoek. We komen ook schrijnende situaties tegen waarin we samenwerking zoeken met zorg- en hulpinstellingen. En de komende tijd gaan we onderzoeken hoe we in Utrecht structureel LAA-resultaten kunnen delen met de politie.’ 

De ontwikkelingen zijn illustratief voor de ruimte die het team krijgt om het LAA-project vorm te geven. Dat zie je terug in de enorme betrokkenheid. ‘We hebben structureel een maandelijks overleg, maar lopen tussendoor makkelijk bij elkaar naar binnen ook al zitten er tien etages tussen de afdelingen. De goede resultaten geven vertrouwen in elkaar en in onze aanpak.’

Opbrengsten adresonderzoek Utrecht

De doelstelling voor 2018 is om 600 adressen te bezoeken. Op 1 juli stond de teller op 301 adressen. Het team ligt dus mooi op schema. 
Op de 301 adressen zijn:

  • voor Burgerzaken 324 acties ten aanzien van personen uitgevoerd (personen in onderzoek, personen ingeschreven, briefadressen stopgezet);
  • voor Werk en Inkomen zijn 9 uitkeringen beëindigd en staat er nog een aantal in onderzoek;
  • voor VTH zijn vooral onderzoeken gestart naar onrechtmatige bewoning. De exacte uitkomsten zijn nog niet bekend.