Tekst Leestijd: 4 minuten

Afgelopen drie jaar nam het aantal uitgevoerde LAA-adresonderzoeken steeds toe. In 2018 zien we nu voor het eerst dat een te groot deel van de signalen blijft liggen. Het blijkt vaak lastig voor gemeenten om genoeg onderzoekscapaciteit vrij te maken. Hoe los je dat op?

Steun van het eigen bestuur is stap één. Bij de evaluatie vorig jaar van LAA riepen diverse burgemeesters hun collega’s op ook mee te doen. Omdat hun eigen gemeente er baat bij heeft en uit collectief belang: hoe meer gemeenten echt meedoen, hoe beter het net zich sluit. In het Voortgangsrapport 'Elke tien minuten…' voor de Tweede Kamer kwamen zij vorig jaar aan het woord. Dit zijn enkele (verkorte) citaten.

Burgemeesters over meedoen met LAA

Inez Pijnenburg
Jos Wienen

Zo stelde Inez Pijnenburg, de toenmalige burgemeester van Heerde: ‘Door mee te doen zien we scherper wat in onze eigen gemeente speelt.’ Neem als voorbeeld overbewoning: ‘Met LAA signalen blijkt achter op het erf nog een volledig huis te staan. Soms illegaal gebouwd. De belastingen zijn in zo’n geval gebaseerd op één gezin, terwijl het twee of drie gezinnen betreft.’ Of ouders die zich bij hun volwassen kinderen inschrijven maar elders in een recreatiewoning verblijven: ‘Voor een rolstoel of bijzondere bijstand kloppen ze wel bij ons aan.’ 

Jos Wienen (van Haarlem) sprak vooral over woon- en adresfraude: ‘De meerwaarde van LAA is dat we signalen ontvangen die we anders niet zouden krijgen. Het effect van ons werk is groter.’ Liesbeth Spies (Alphen aan den Rijn, tevens voorzitter van het Genootschap van burgemeesters) wees op het collectieve belang: ‘Een landelijke paraplu is nodig om als één overheid op te treden. Een terugmelding met een vermoeden van fraude bespaart veel werk, je kunt dan gericht vragen stellen.’ Zij maakte afspraken in het districtscollege met acht gemeenten: ‘Zo voorkomen we het waterbed-effect.’

Liesbeth Spies
Peter Noordanus

De toenmalig burgemeester van Tilburg, Peter Noordanus, zag adresonderzoek als een stap tegen criminaliteit: ‘Als hier voor zoveel miljoenen drugs worden geproduceerd, waar gebeurt dat dan? Hoe filteren we op al die 90.000 adressen?’ Maar ook op de criminele familie met nieuwe fietsen uit de bijzondere bijstand: ‘We moeten zuinig zijn op ons sociaal stelsel, stevig handhaven tegen mensen die het stelsel misbruiken.’

Koen Schuiling (van Den Helder) sprak over koppelingen tussen onder- en bovenwereld,  hennepplantages, uitbuiting van mensen, huisjesmelkerij. ‘We hebben behoorlijk wat onterechte uitkeringen kunnen voorkomen, ook uit de kas van studiefinanciering, Belastingdienst en UWV.’ En: ‘Dat het zo goed zou uitpakken bij de oplossing van een aantal maatschappelijke vraagstukken heeft mij wel verrast.’

Meer onderzoek: hoe dan?

Koen Schuiling

Als adresonderzoek meer prioriteit krijgt, hoe organiseer je dat dan? Daarover gaven ambtelijke trekkers eerder hun ideeën. ‘Bijna iedere gemeente heeft te maken met capaciteitsproblemen. Door samen te werken kun je het werk verdelen’, stelde adviseur Burgerzaken Staephanie Koot in het artikel Samenwerking in politiedistrict Alphen aan den Rijn – Gouda (LAA Magazine #14). Andere gemeenten, zoals Breda, vonden de oplossing in het inschakelen van gerechtsdeurwaarders of intern via binnengemeentelijke samenwerking, zoals u kunt lezen in het artikel Breda schakelt externe hulp in (LAA Magazine #13). Ook werken gemeenten samen met externe partijen, soms in regionaal verband. Dat levert zowel extra aantallen als extra resultaat in het adresonderzoek, leert bijvoorbeeld Utrecht. Die gemeente kwam goed op schema sinds hun grote toezichtpartijen het LAA-adresonderzoek gezamenlijk oppakken; zie het artikel Geintegreerd team vangt meerdere vliegen in een klap (LAA Magazine #17). Maastricht (zie het artikel Topprestatie adresonderzoek Maastricht, LAA Magazine #16) en Leiden (zie: het artikel Interne samenwerking werpt vruchten af in Leiden, LAA Magazine #12) kenden soortgelijke ervaringen.

Enquête LAA: behoefte extra capaciteit

Dat er behoefte is aan extra capaciteit voor adresonderzoek bleek ook uit de enquête deze zomer onder LAA-contactpersonen. Van de (tot nu toe)109 respondenten zei 63% wel genoeg capaciteit te hebben voor het vooronderzoek en 59% voor het huisbezoek. De rest dus niet… Als er signalen blijven liggen komt dat meestal door andere prioriteiten in het werk.
Uit de enquête blijkt dat zo’n driekwart van de respondenten nu wel ambtelijk en bestuurlijk draagvlak ervaart. Maar uit bijeenkomsten en direct overleg met LAA-gemeenten weten we intussen dat de stap van draagvlak naar capaciteit soms lang duurt, of alsnog moet concurreren met andere doelen.  

‘LAA-adresonderzoek loont echt, blijkt uit getuigenissen van andere gemeenten’

Voordelen halen

De eerste stap is daarom werken aan het besef bij andere domeinen en afdelingen dat zij zelf ook veel voordelen halen uit risicogericht adresonderzoek. Dat deze inzet echt loont blijkt uit de vele getuigenissen van andere gemeenten op Pleio-LAA, in dit magazine of in vakbladen als Burger&Recht, Toezine en Sociaal Bestek. Of lees het artikel Inzicht Amstelveen in opbrengst van aanpak fraude in LAA Magazine #15.

Wat kunt u doen?

  • Bespreek de eigen voortgang met bestuur of management. Vraag daarvoor actuele cijfers op bij LAA, met de actuele eigen aantallen signalen (in voorraad, in onderzoek en afgerond).
  • Geef de signalen van LAA voorrang boven meer routinematige controles, want ze zijn kansrijk met gemiddeld meer dan 50% geconstateerde afwijkingen.     
  • Vraag de accountmanagers advies over de aanpak in vergelijkbare gemeenten of leg daar zelf contact mee, zoals over bevoegdheden en  benoeming van toezichthouders. 
  • Vraag steun aan de domeinexperts van LAA. Zij ondersteunen bij het inrichten van interne samenwerking en een integrale handhavingsaanpak.