Impuls adresonderzoek

Dit artikel hoort bij: LAA Magazine Editie 16

Topprestatie adresonderzoek Maastricht

Berend-Jan Molein overhandigt de LAA-iPad aan John de Laat.

Tekst Leestijd ca. 5 minuten

Tot een jaar geleden lag het adresonderzoek in studentenstad Maastricht populair gezegd op z’n gat. Voor de reanimatie werd hulp van buiten ingeschakeld. Dat hielp, maar bracht ook nieuwe problemen met zich mee. Tijd voor plan B: een nieuwe inrichting van het proces. Het onderzoeksterrein: studentenhuizen.

‘Aanvankelijk was de animo voor LAA niet hoog. In 2015 en 2016 kregen we vooral signalen van de politie en die gingen dan om openstaande boetes van mensen die vertrokken zouden zijn. Maar als we op de aangegeven adressen kwamen, bleken die mensen er vaak gewoon nog te wonen. Dat gaf wat scepsis naar LAA’, memoreert Berend-Jan Molijn, teammanager Publieke Dienstverlening van Maastricht. ‘En doordat het zo weinig toegevoegde waarde had, hebben we lange tijd voor andere prioriteiten gekozen. Totdat LAA aan de bel trok. Ons college had immers toegezegd om mee te doen met LAA: wie a zegt moet ook b zeggen en dus hebben we vorig jaar de toezegging gedaan om actief met adresonderzoek aan de gang te gaan.

Het eerste vraagstuk was: waar halen we capaciteit vandaan? We zijn in 2017 gaan samenwerken met een deurwaarderskantoor. De deurwaarder legde op basis van de LAA-signalen huisbezoeken af en dat bleek een behoorlijk succes. In die zin dat zij in korte tijd veel adressen bezocht en belangrijker nog; de hitrate - er klopt iets niet met de BRP-inschrijving - was enorm. Het succes was zo groot dat we in de knoei kwamen met het afhandelen van al die hits.’

Fulltime job

Elk onderzoek van de deurwaarder leverde zo drie, vier onderzoeken op; in een studentenhuis wonen vaak wel tien mensen. Met andere woorden: op de honderd opgevolgde signalen – en dat aantal was binnen een paar weken bereikt – volgden algauw vijfhonderd onderzoeken! Molijn: ‘Tijd om grondig na te denken over een nieuwe inrichting van het proces. Nog datzelfde jaar werd me duidelijk dat we de kosten voor de externe deurwaarder beter intern konden inzetten.’ John de Laat, al tien jaar werkzaam bij de gemeente Maastricht werd ‘dedicated’ toezichthouder BRP. De Laat: ‘Voor die tijd deed ik af en toe een adresonderzoek voor LAA, nu is het een fulltime job.’

‘Ik ben ook de backoffice. Dat maakt het proces een stuk sneller en efficiënter’

Notoire veelverhuizers

De gemeente heeft eerst het aandachtsgebied afgebakend. De Laat: ‘Dat werden de studentenhuizen; in Maastricht gaat het namelijk voor 90 procent van de signalen om studenten. Dat zijn immers notoire veelverhuizers, die niet altijd weten hoe belangrijk het is om correct in de BRP te zijn ingeschreven. Voorheen keken we daar niet veel naar, maar door LAA zijn we dat heel serieus gaan nemen en ligt daar nu voor ons de focus. Dat begint in het vooronderzoek dat ik zelf voor m’n rekening neem. Als ik een signaal krijg voor een adresonderzoek, trek ik eerst na hoeveel mensen er op het adres wonen; zo kom ik goed voorbereid aan de deur. Ook weet ik dan of ik er nog een andere dienst bij moet betrekken, zoals de sociale dienst, de leerplichtambtenaar of jeugdzorg. Maar dat komt weinig voor.'

Criminaliteit met een zachte c

Het echte werk zijn de huisbezoeken. Die doe ik heel vaak op zaterdag, want dan zijn studenten meestal thuis; niet te vroeg natuurlijk… Wat ik vooral aantref is wat we hier weleens noemen, criminaliteit met een zachte c. Veel buitenlandse studenten die terug zijn naar hun land van herkomst en zich niet hebben uitgeschreven. Ze denken dat de universiteit dat wel voor ze regelt. Verder zijn er studenten die niet ingeschreven staan op het betreffende adres, maar bijvoorbeeld nog bij hun ouders. Die kan ik ter plekke inschrijven; iets waar de deurwaarder niet toe bevoegd was. En natuurlijk kom je ook weleens wat geks tegen. De conciërge die in de wasserette van het studentenhuis was ingeschreven, omdat hij blijkbaar een adres nodig had. Dat trek ik dan na.’

Stichting ICTU

Berend-Jan Molijn (links) en toezichthouder Jan de Laat (rechts).

Overleg met de afdeling Publieke Dienstverlening.

John de Laat overlegt met een van zijn collega’s over een van de adressen waar hij op huisbezoek gaat.

John de Laat laat zien in welke studentenwijk hij vandaag op bezoek gaat.

De LAA-iPad start John op voordat hij aanbelt bij een adres.

John legitimeert zich als een bewoner de deur opent. ‘Ik legt altijd uit dat ik in het belang van de bewoner handel. Bijvoorbeeld: Stel dat er brand uitbreekt en niemand weet waar je woont. Zo kweek je goodwill.'

Op naar het volgende adres.

Extra applicatie

‘Dat is meteen het grootste voordeel van onze nieuwe werkwijze. Ik hoef mijn bevindingen niet meer over te dragen aan de backoffice die het dan verder oppakt. Ik bén de backoffice.  Dat maakt het proces een stuk sneller en efficiënter. Bovendien kan ik zelf de workload bepalen: Als ik heel veel hits heb - er zijn weken met 20 tot 25 hits – stop ik even met bezoeken en zorg ik eerst voor de afhandeling. Vaak zijn dat snelle oplossingen zoals voor die buitenlandse studenten. Ik mail ze en als er geen antwoord komt, schrijven we uit naar het land van herkomst. Of als studenten nog bij hun ouders staan ingeschreven, schrijven we die ouders aan. Ook zorg ik voor de mutaties in de BRP. Relatief simpel, maar ik ben er wel meer dan fulltime mee bezig, en voor de administratie heb ik hulp van een stagiair.’
Berend-Jan Molijn plaatst nog wel een kanttekening. ‘De LAA-monitor is een extra applicatie die niet gekoppeld is aan de BRP. Logisch natuurlijk, want elke gemeente heeft z’n eigen systeem. Maar dat levert vertraging op. Als je een LAA-signaal krijgt, moet ik in de BRP zijn om te checken hoeveel bewoners er op het betreffend adres wonen. Het zou fijn zijn als er een technologische optimalisatie voor dit proces zou plaatsvinden. Dat zou ook goed passen binnen de beweging Common Ground, de veranderstrategie voor een nieuwe gemeenschappelijke informatievoorziening.’

‘Maak meteen duidelijk dat je in het belang van de bewoner handelt’

Bovengemiddeld goed

Vooralsnog is de Maastrichtse aanpak een denderend succes. Zowel kwantitatief: het overgrote deel van de signalen is opgevolgd waardoor de mutatiegraad in de BRP veel hoger is. Maar zeker ook kwalitatief: John de Laat registreerde bij zijn onderzoeken 80 procent aan afwijkingen. Landelijk is dat 55 procent, dus dat is meer dan bovengemiddeld goed. Molijn gekscherend: ‘Als we zo doorgaan hebben we de problemen met de studenten straks opgelost en gaat LAA aan z’n eigen succes ten onder! Haha, nee hoor, er zijn nog meer dan genoeg andere LAA-signalen waar we in de toekomst op kunnen focussen, leegstand bijvoorbeeld. Maar ondertussen blijven we bezig om dit proces te optimaliseren. Zo onderzoeken we de mogelijkheid om van de universiteit een lijst te ontvangen met studenten die zijn afgestudeerd; dat zou ons een hoop werk schelen. Maar dat ligt niet zo eenvoudig, we moeten nog uitzoeken of dat wel kan binnen de kaders van de Algemene verordening persoonsgegevens (AVG). Het gaat dus goed, maar we zijn nog niet klaar.’
 

Ambassadeurschap is mensen bij elkaar brengen

Berend-Jan Molijn is sinds anderhalf jaar LAA-ambassadeur voor de regio Limburg. ‘Ik hoef hier in de regio niet veel aan werving te doen, want de meeste gemeenten zijn al aangesloten bij LAA. Ik zie mijn taak vooral als coördinerend. Ik wil inhoud, kennis en ervaringen bij elkaar brengen. En vooral ook de juiste mensen. Onze regio is niet groot, maar de variatie is dat wel. Die studenten, dat is typisch iets voor Maastricht. In andere gemeenten zijn er bijvoorbeeld adresproblemen met recreatieterreinen of, in grensplaatsen als Vaals, met grensoverschrijdende adresfraude. Ik wil als ambassadeur per specifieke casus de juiste mensen bij elkaar zetten om de beste aanpak te ontwikkelen.’