Tekst Leestijd ca. 1 minuut

De gemeenten die deelnemen aan LAA krijgen iedere maand signalen voor adresonderzoek. Verder ontwikkelen we voortdurend nieuwe soorten signalen, in proeven en pilots met elk een eigen groep gemeenten. Welke soorten signalen zijn er in ontwikkeling?

Volwassen signalen

De eerste groep noemen we ‘volwassen’ signalen. Dit zijn signalen die na een proef- en pilotfase rijp zijn gebleken om aan alle gemeenten te verstrekken. Inmiddels zijn dit acht signaaltypen waaruit maandelijks vier tot vijf signalen verspreid worden onder alle LAA-gemeenten. Deze figuur toont welke signaaltypen in welke maand zijn geleverd. 

Het gaat om: briefadres, CJIB OBR, doorgangsadres, overbewoning, samenwoners, veelverhuizers, VOW-adres en Status VOW (VOW is: vertrokken onbekend waarheen). Om de kwaliteit van deze signalen te kunnen blijven garanderen, worden deze stelselmatig doorontwikkeld en geëvalueerd. In onderstaande plaat is dit aangeduid met een d (datatoevoeging, bijvoorbeeld vanuit de BAG) en s (signaalverscherping, bijvoorbeeld leeftijdsgrens).

Ontwikkelsignalen

De tweede groep noemen we ontwikkelsignalen. Een voorbeeld is leegstand van woningen: op welke woonadressen staat niemand ingeschreven, klopt dat nog? Andere voorbeelden van nieuwe soorten signalen betreffen mensen die zich waarschijnlijk willen onttrekken aan het zicht van instanties. Dat uit zich in post die onbestelbaar retour komt (zoals bij boetes bij het Centraal Justitieel Incasso Bureau CJIB). Of in het bestaan van spookjongeren (dat zijn jongeren zonder BRP-adres). Die ontwikkelsignalen komen nu van de Belastingdienst, bijvoorbeeld uit schijnverlating (waarbij twee personen niet samen op een adres staan ingeschreven, maar recent wel samen een kind hebben gekregen), uit briefadressen en uit de VOW-status van personen.

Onderstaande plaat toont hoe dit ontwikkelwerk is verdeeld over het jaar 2018. Wanneer worden de signalen per soort aan gemeenten geleverd, wanneer vindt er bespreking van resultaten plaats in ontwikkelsessies met onze samenwerkingspartners en wanneer wordt die fase geëvalueerd?