Tekst Leestijd ca. 6 minuten

Maandelijks neemt de Belastingdienst/Toeslagen beslissingen over 6,8 miljoen toeslagen. Heeft iemand recht op een toeslag? En op welk bedrag? Dat hangt onder andere af van wie er precies op een adres woont. De BRP is leidend. Daarom werkt de Belastingdienst/Toeslagen binnen LAA aan het tegengaan van misbruik van briefadressen. 

Mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats kunnen bij de gemeente een briefadres aanvragen. Zo blijven ze schriftelijk bereikbaar, ook voor de overheid. Helaas zijn er ook mensen die een briefadres misbruiken. Bijvoorbeeld om een hogere toeslag te ontvangen, zoals huurtoeslag of een kindgebonden budget. Toeslagen zijn namelijk inkomensafhankelijke regelingen. De samenstelling van een huishouden is bepalend. Degene met een briefadres telt niet mee als bewoner. Daarom telt zijn inkomen in de meeste gevallen niet mee. ‘De BRP is leidend bij onze beslissingen over het toekennen van een toeslag. Dus als iemand volgens de BRP een briefadres heeft, is dat van invloed op de berekening van de toeslag’, zegt Bas Geverink, senior analist handhavingsregie & intelligence bij de Belastingdienst/Toeslagen. Zijn collega Jasper Pol, data-analist, vult aan: ‘Naarmate de BRP zuiverder is, is de kans op een juiste toeslag groter.’

Bas Geverink
Jasper Pol

Belastingdienst/Toeslagen

De Belastingdienst/Toeslagen is het onderdeel van het ministerie van Financiën dat de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen uitvoert. Dit gebeurt in opdracht van drie ministeries:

  • de zorgtoeslag,in opdracht van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  • de huurtoeslag,voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en
  • de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget, in opdracht van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

BRP is leidend

De Belastingdienst/Toeslagen werkt met een voorschotsysteem. De definitieve berekening wordt achteraf gemaakt. ‘Neem de huurtoeslag’, zegt Geverink. ‘Dat is een tegemoetkoming in de kosten om een huis te huren. Aan het eind van de maand betaal je de huur voor de komende maand. Over dat geld moet je tijdig beschikken, dus huurtoeslag krijg je rond de 20e van de maand.’ Elke maand opnieuw wordt geautomatiseerd de beslissing genomen of er recht is op huurtoeslag. Dit gebeurt op basis van de BRP. ‘Hoe is het huishouden samengesteld? Is de aanvrager getrouwd? Wie staan er ingeschreven op een adres? Kortom: heeft de aanvrager een toeslagpartner of medebewoner?’

‘De BRP is leidend bij onze beslissingen over het toekennen van toeslagen’

Bas Geverink poseert in de hal voor een pilaar in het kantoor van de Belastingdienst.

Woonadres of briefadres?

Geverink geeft als voorbeeld een alleenstaande ouder, die samen met haar kinderen woont. De partner heeft op datzelfde adres een briefadres en er is geen sprake van een huwelijk of geregistreerd partnerschap. ‘Bij de berekening van de toeslag kijken we alleen naar het inkomen van de ouder die volgens de BRP op het adres woont. Op basis daarvan berekenen we huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget. Als alleenstaande ouder krijgt zij jaarlijks zelfs 3.000 euro extra kindgebonden budget.’ Als het klopt dat de andere ouder op dit adres een briefadres heeft, en de partners zijn niet getrouwd en hebben geen geregistreerd partnerschap, is dat terecht. Iemand met een briefadres is geen toeslagpartner. Maar als de partner in de praktijk op het adres woont, telt zijn inkomen mee. Dan zien de berekeningen er waarschijnlijk anders uit. Misschien vervalt dan zelfs het recht op toeslagen.
 

Gemiddelde toeslag per toeslaggerechtigd huishouden per jaar

Huurtoeslag                   € 2.403 
Zorgtoeslag                      €  827 
Kinderopvangtoeslag   € 4.225
Kindgebonden budget € 1.185

Is elk briefadres relevant?

Om misbruik van briefadressen tegen te gaan, doet de Belastingdienst/Toeslagen mee aan LAA. In totaal gaat het om zo’n 22.000 briefadressen op adressen waar minstens één persoon woont en een toeslag wordt uitgekeerd. Is elk briefadres hiervoor relevant? ‘Nee, want in veel gevallen hebben mensen terecht een briefadres’, zegt Pol. ‘Bijvoorbeeld mensen in detentie. Ook mensen die scheiden hebben soms tijdelijk een briefadres nodig. Of mensen in een zorginstelling met een briefadres bij hun partner. Die wil je niet onnodig lastig vallen.’ In overleg met LAA en de gemeenten Amsterdam en Enschede heeft de Belastingdienst/Toeslagen selectiecriteria geformuleerd. Op basis van de briefadressen die daaruit rollen, maakt de dienst een simulatie. Pol: ‘We kijken wat er gebeurt met de toeslagen als we deze briefadressen beschouwen als woonadressen. Ontstaat er partnerschap? Wat gebeurt er met de inkomensgrens voor de verschillende toeslagen?’ Als blijkt dat toeslagen wegvallen of significant minder worden, is mogelijk sprake van een onjuiste BRP-inschrijving. Deze adressen stuurt de Belastingdienst/Toeslagen naar het Informatie Knooppunt van LAA. Na een nadere analyse ontvangen de gemeenten die deelnemen aan de pilot de risicosignalen.
 

‘Gaat de toeslag omlaag als het briefadres een woonadres wordt?’

Terugvorderen lastig

‘Van elke twee briefadressen die een gemeente bezoekt, is het één keer raak’, stelt Geverink. ‘Dat betekent dat de datacombinaties goed zijn en dat de samenwerking met LAA effectief is.’ Wat gebeurt er als een briefadres een woonadres blijkt te zijn? Pol: ‘Dan komt er beweging in de BRP. Die mutaties komen automatisch bij ons terecht.’ Geverink wijst er nogmaals op dat de BRP leidend is. ‘Als die niet is aangepast, hebben wij geen juridische basis om de toeslag te corrigeren. Als de gemeente de BRP snel aanpast, kunnen wij de juiste toeslag toekennen en te veel uitbetaalde toeslagen weer terugvorderen. Bij voorkeur geeft de gemeente in de BRP direct aan vanaf welke datum het adres in onderzoek is.’
 
 

Helft BRP-inschrijvingen klopt niet

Na een geslaagde proef, startte LAA in 2017 met de pilot ‘Briefadres Belastingdienst/Toeslagen’. De pilot was succesvol; de hitrate was bijna 50%.  Dat wil zeggen dat bij een op de twee adressen de inschrijving in de BRP niet klopt. Momenteel wordt het signaal doorontwikkeld in samenwerking met de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Dordrecht, Haarlem, Rotterdam en Smallingerland. Daarvoor zijn dit jaar nieuwe signalen uitgezet naar 114 LAA-gemeenten. Het doel is een landelijke uitrol.  

‘Geef niet te makkelijk een briefadres, maar vraag door’

Misbruik voorkomen

Geverink en Pol wijzen erop dat het beter is om misbruik van briefadressen te voorkomen dan achteraf te corrigeren. ‘Wees alert als mensen een briefadres aanvragen. Speelt er soms iets met toeslagen?’ Ze hebben gemerkt dat niet elke gemeente op dezelfde manier omgaat met mutaties in de BRP. Een burger die een briefadres heeft, terwijl het een woonadres zou moeten zijn, moet in principe zelf zorgen voor een wijziging in de BRP. Geverink: ‘De ene gemeente stelt zich afwachtend op, ook als een burger toegeeft dat hij feitelijk op het adres woont, terwijl de andere gemeente stevig optreedt. Die verschillende werkwijzen leiden tot een verschillend tempo.’ Pol zegt: ‘Wij zijn als landelijke afnemer gebaat bij eenduidigheid.’

 

Het belang van samenwerking

Wat zijn de ervaringen met LAA? ‘Het is goed dat afnemers en gemeenten samenwerken’, zegt Pol. ‘We hebben allemaal belang bij een zuivere BRP. Door samen te werken en gegevens te delen, komt er steeds meer aandacht voor preventie.’ Geverink zegt: ‘Je krijgt meer zicht op elkaars werk. Voor ons is het belangrijk dat gemeenten zich ervan bewust zijn dat de BRP zo bepalend is voor het toekennen  van toeslagen.’ Hij vertelt dat de Belastingdienst/Toeslagen ook met andere partijen samenwerkt. Zo maken ze deel uit van de Landelijke Stuurgroep Interventieteams, samen met onder andere gemeenten, UWV, SVB, IND en de inspectie SZW. Andere samenwerkingspartners zijn de GGD, in het kader van de kinderopvangtoeslag, en Logius, voor de uitgifte van Digi-D. ‘Alles wat je aan de voorkant goed regelt, hoef je achteraf niet te corrigeren.’

Henriëtte Veldman (links) poseert samen met  toezichthouder BRP Meindert Bergsma in uniform.
Henriëtte Veldman (links) met toezichthouder BRP Meindert Bergsma in uniform.

Aanpak briefadressen Smallingerland

Henriëtte Veldman, kwaliteitsmedewerker Burgerzaken:
‘Om te voorkomen dat een inwoner onterecht een briefadres krijgt toegewezen, screenen we elke aanvraag. Waarom wil iemand een briefadres? We hebben een formulier gemaakt dat de baliemedewerker en de aanvrager samen doornemen. Dat geeft inzicht in de situatie. Bij twijfel houden we de aanvraag aan. Dan nodigen we de aanvrager uit voor een gesprek, samen met de toezichthouder Sociale Zaken. Daarnaast helpen de LAA-signalen om onrechtmatige briefadressen boven water te krijgen. We delen de LAA-signalen met Sociale Zaken. Als Sociale Zaken een belang heeft, gaan de toezichthouders BRP en Sociale Zaken samen op pad. Ook controleren we elke zes maanden alle briefadressen met een tijdelijk karakter op rechtmatigheid.’