Adresonderzoek spookjongeren

Dit artikel hoort bij: LAA Magazine Editie 15

'Hoe sneller we erbij zijn, des te beter kunnen we helpen'

Een jongere met rugzakje op loopt in de avonduren in een winkelcentrum. Zijn bovenlijf en gezicht blijft buiten beeld.

Zo’n twee jaar geleden vlamde de belangstelling voor het fenomeen spookjongeren hoog op. Veel artikelen verschenen in de landelijke media en het kabinet Rutte II kwam met een plan om de problemen aan te pakken. Toen lanceerde Rotterdam het programma ‘Elke jongere telt’. Insteek: risicojongeren de hulp bieden die zij nodig hebben om hun toekomst zoveel mogelijk zelf vorm te geven. Met gebruik van adresonderzoek.

Om jongeren te kunnen tellen, moet je in de eerste plaats weten waar ze zijn. En dat is nu net lastig bij spookjongeren: zij zijn onzichtbaar voor de instanties omdat ze zijn uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (BRP). En zonder BRP-inschrijving heb je geen toegang tot onderwijs, toeslagen, uitkeringen, schuldhulpverlening en een ziektekostenverzekering. ‘Wij hebben een duidelijke omschrijving gemaakt van deze groep,’ vertelt Luz Kromhout. ‘Is iemand tussen de 18 en 27 jaar, zonder school, zonder werk, zonder uitkering en uitgeschreven uit de BRP als ‘vertrokken onbekend waarheen’ (VOW), dan is dat voor ons een spookjongere.’ Omdat deze groep lastig in beeld is te brengen, werken we samen met de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA). Samen met andere gemeenten deden we adresonderzoek op basis van het risicosignaal spookjongeren.’

‘De problematiek vertienvoudigt bij elk extra jaar uit de BRP'

Adresonderzoekers van Burgerzaken benaderen jongeren nu via WhatsApp

Voortijdige schoolverlater als indicator

‘De lijst die daar uitkwam, was best flink, ruim 1500 jongeren’, vervolgt Kromhout. ‘Maar bij nader onderzoek bleek dat veel van deze jongeren niet tot potentieel kwetsbare groepen behoren. Er zaten bijvoorbeeld zogenaamde Erasmus-jongeren bij, dat zijn buitenlandse studenten, en EU-arbeidsmigranten die hier tijdelijk werken. Al met al bleek een deel van de jongeren op die eerste lijst niet tot de voortijdige schoolverlaters (VSV) te behoren; en VSV is een erkende indicator voor sociale problematiek. Toen is LAA gaan onderzoeken op de indicator VOW vanuit ouderlijk huis. De lijst werd kleiner, en nu zaten er wel heel veel VSV’ers tussen. De aanname is dat deze jongeren bewust niet in beeld willen zijn. Dat kan te maken hebben met drugsproblemen of schulden - van henzelf of van hun ouders - en vaak met een stapeling van problemen. Navraag op hun vermoedelijke of het laatst bekende woonadres kan een ingang tot hulp bieden. En daar komt Jeroen in beeld.’

Eerste stap is vertrouwen

Jeroen Burgstad is een van de 120 jongerencoaches bij het Jongerenloket in Rotterdam. Zijn specialiteit: het opsporen van spookjongeren. ‘De jongeren die Burgerzaken via LAA in beeld krijgt, gaan wij bezoeken. Niet met het oogmerk van controle, maar om het gesprek aan te gaan en hulp te bieden zoals we dat in ons jongerenbeleid hebben vastgelegd. We weten dat veel van de jongeren die minder dan een jaar VOW zijn of jonger zijn dan 24, meestal nog bij hun ouders wonen. Of dat de ouders in elk geval weten waar ze zijn, zodat we met hen in contact kunnen komen. We weten ook dat de problematiek bij elk extra jaar uit de BRP zo’n beetje vertienvoudigt. Hoe later we erbij zijn, hoe moeilijker het is om die hele systeemwereld, van DigiD tot zorgverzekering en van schuldhulpverlening tot school of werk, weer op te starten. En dat is ook heel lastig, daar heb je hulp bij nodig. De eerste stap is dan vertrouwen; je moet eerst letterlijk binnen zien te komen. Wij hebben daarbij als jongerenwerker een streepje voor op de toezichthouders en handhavers van Burgerzaken, die worden toch vaak gewantrouwd.’

Clos-up portret Luz Kromhout
Luz Kromhout, projectmanager Adreskwaliteit bij de afdeling Publiekszaken: ‘Er stonden veel schotten tussen onze afdelingen waardoor het delen van informatie vaak een probleem is.’

LAA-risicosignalen spookjongeren

Twintig gemeenten hebben meegedaan aan de pilot LAA-risicosignalen voor spookjongeren, die vermoedelijk nog in Nederland wonen na uitschrijving uit de BRP. De ervaringen van de huisbezoeken bij de vermoedelijke of laatst bekende woonadressen zijn eensluidend: achter de onderzochte voordeuren kunnen een hoop sociale problemen schuilgaan. Doel van de adresonderzoeken is om deze jongeren in beeld te krijgen, te registreren én zo nodig passende hulp te bieden. Om dit voor alle gemeenten te realiseren, is inmiddels een vervolg gegeven aan deze pilot. Hieruit ontwikkelt LAA samen met zes gemeenten een algemene werkwijze voor adresonderzoeken op dit signaal van ‘spookjongere’, die landelijk toepasbaar wordt.

Close-up foto van Humeyra Kazan
Hbo-stagiair Humeyra Kazan onderzoekt of de voorlichting bij de gemeentelijke loketten beter kan.

Huisbezoek maakt situatie helder

Tijdens de huisbezoeken proberen de jongerencoaches erachter te komen waarom de situatie is zoals die is, en geven zij informatie over de nadelen van een VOW-status en over mogelijke oplossingen. Burgstad: ‘Ik was laatst bij een meisje – overigens zijn de meeste spookjongeren jongens – die totaal klem zat in de vechtscheiding van haar ouders. De moeder zat tot de nek in de financiële shit en het meisje had geen hoofdverblijf, geen adres. Dus ook geen recht op de bekende voorzieningen. We hebben toen besproken waar ze de meeste kansen zou hebben. Dat bleek bij de vader te zijn, die in een betere financiële positie zat. Maar de moeilijke gezinssituatie maakte de drempel voor een gesprek daarover erg hoog. Ik ben toen meegegaan om met de vader te praten en uiteindelijk is ze bij hem ingeschreven. Overigens zoeken we ook naar preventie, het voorkomen van de uitschrijving. We hebben daarom hbo-stagiair Humeyra Kazan gevraagd te onderzoeken of de voorlichting bij onze gemeentelijke loketten beter kan, zoals bij WMO Vraagwijzer en de Kredietbank voor schulddienstverlening.’

Jongerenwerker Jeroen Burgstad met mobiel in de hand zittend op een plein in Rotterdamse wijk.
Jeroen Burgstad, jongerencoach bij het Jongerenloket: ‘Als jongerenwerker heb je een streepje voor op de toezichthouders en handhavers van Burgerzaken, die worden toch vaak gewantrouwd.’

Interne organisatie stroomlijnen

Het zoeken van oplossingen voor deze jongeren bleek gecompliceerd vanwege de eigen interne organisatie. Kromhout: ‘Dat is een van de lessen uit de LAA-pilot. We hadden ons twee hoofdvragen gesteld: hoe doe je adresonderzoek en wat doe je met de jongeren die je op basis van de risicosignalen identificeert. Voor dat eerste is vanuit LAA veel expertise. Maar toen we de LAA-lijst eenmaal hadden en tot actie over konden gaan, bleek dat in onze interne organisatie nog niet zo eenvoudig. We hebben heel veel informatie in onze systemen, maar er staan veel schotten tussen afdelingen waardoor het delen van informatie vaak een probleem is. En Burgerzaken en het Jongerenloket werkten ook nog weleens langs elkaar heen. Kortom, de achterkant was niet erg gestroomlijnd.

‘Samenwerking tussen Burgerzaken en het Jongerenloket maakt onze aanpak effectiever’

Maar door dit gezamenlijk op te pakken hebben we geleerd wie wat doet én hebben we van elkaars kennis geleerd. Dat kunnen kleine, maar hele belangrijke dingen zijn. Zo hadden we onze adresonderzoekers van Burgerzaken geïnstrueerd om deze doelgroep via WhatsApp te benaderen naast bellen, Facebooken, mailen en schrijven (die zijn standaard): dat past nu eenmaal beter bij jongeren. Toen bleek dat ze de boodschap niet aanpasten aan het middel, maar gewoon lange epistels bleven appen. Dan is het handig als iemand als Jeroen vertelt hoe ze dat beter aan kunnen pakken met korte krachtige tekstjes. Die samenwerking tussen Burgerzaken en het Jongerenloket maakt onze aanpak een heel stuk effectiever.’

Het nut van LAA

Luz Kromhout over de voordelen van LAA bij de aanpak van spookjongeren: 'Er zijn tussen de afdeling veel privacy-restricties op het delen van informatie. Met de LAA-gegevens weet je dat je alle informatie die daarop staat kunt en mag gebruiken. En doordat je weet wat je meet kun je het klein maken: je weet waar je moet beginnen, de informatie is al door het juiste filter gegaan. Ten slotte dwingt het je om naar je werkprocessen te kijken en te beoordelen waar samenwerking nodig is.’

Van links naar rechts: Jeroen, Luz en stagiaire Humeyra Kazan zitten aan tafel, ze kijken op de  iPads die voor hen staat.