Adresonderzoek in de praktijk

Dit artikel hoort bij: LAA Magazine Editie 15

'Eerste minuut van huisbezoek is bepalend’

Drie beelden inspecteur in actie

‘Iedereen die adresonderzoeken op locatie doet zou de cursus BRP Huisbezoeken moeten volgen. Dat biedt een kwaliteitsborg voor ons vak.’ Dat zegt toezichthouder Loed Rongen die al sinds het prille begin van LAA de spil is van het adresonderzoek in de drie samenwerkende gemeenten Cuijk, Grave en Mill en Sint Hubert. In LAA Magazine schetst hij hoe je daar zoveel mogelijk uit haalt.

‘Dit werk is een combinatie van uitzoekwerk, onderzoek en het omgaan met mensen’

Inspecteur Loed bij zijn auto
Loed Rongen: 'Om bij te blijven in mijn vak volgde ik de cursus BRP Huisbezoeken en de training Communicatie en conflicthantering.'

Loed Rongen kent de drie Brabantse gemeenten op zijn duimpje. Hij werkt er al zestien jaar als buitengewoon opsporingsambtenaar en daarvoor was hij ruim 25 jaar politievrijwilliger. ‘Die ervaring komt bij het adresonderzoek goed van pas’, vertelt Rongen. ‘Want ook in dit werk gaat het om een combinatie van uitzoekwerk, onderzoek en het omgaan met mensen. De adressen van LAA zijn daarbij voor mij de krenten uit de pap. Neem leegstand. Vorig jaar september startte LAA daarmee een proef waaraan Cuijk, Grave en Mill en Sint Hubert deelnamen. In de praktijk bleek er met ongeveer een derde van de geleverde adressen iets aan de hand. Daar kom je alleen achter als je alles uit het adresonderzoek haalt.’ 

Checken van BRP

‘Allereerst is een grondig vooronderzoek van belang’, stelt Rongen. ‘Ik check alle adressen die ik van LAA krijg aangeleverd bij voorkeur op de dag dat ik een huisbezoek heb ingepland in de BRP. Van de 90 leegstandadressen die ik vorig najaar bijvoorbeeld heb ontvangen, bleken in de BRP inmiddels 11 adressen alweer bewoond. Ook biedt de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) vaak belangrijke aanwijzingen. Als een adres bijvoorbeeld de bestemming wonen heeft en ik zie in het Geografisch Informatie Systeem (GIS) dat het pand op een industrieterrein ligt, weet je dat het mogelijk als bedrijfswoning in gebruik is.’

Andere partijen raadplegen

In het vooronderzoek raadpleegt Rongen ook regelmatig de wijkagent. Zijn er wellicht risico’s op een adres? Doorkruist zijn adresonderzoek niet een politieonderzoek? Andere signalen dan leegstand legt hij bovendien voor aan de sociale dienst die kijkt of mogelijke uitkeringen of toeslagen worden verstrekt. Rongen: ‘De afdeling Belastingen checkt sinds kort ook de adressen voor leegstandonderzoek. Daaruit kan blijken of er al heffingen worden betaald op een adres of dat er sprake is van groot waterverbruik. Dat laatste duidt dan mogelijk op bewoning of een wietkwekerij. Dat betekent dat je ogen en oren open moet houden bij het huisbezoek.’ 

LAA-risicosignaal leegstand

Vorig jaar heeft LAA een proef gedaan met het onderzoeken van leegstand. Het ging daarbij om panden met een gebruiksfunctie wonen, waarvoor meer dan een jaar geen inschrijvingen waren in de BRP. Aan de proef hebben 27 gemeenten deelgenomen, variërend in geografische ligging en van groot tot klein. ‘Ik was verheugd om hieraan deel te nemen’, stelt Rongen. ‘Een jaar ervoor bleken er namelijk 750 panden binnen ons samenwerkingsverband van drie gemeenten leeg te staan. Dankzij deze proef kunnen we dit probleem nu gericht aanpakken.’ Tijdens de huisbezoeken trof Rongen van alles aan. ‘Panden die continu werden bewoond door arbeidsmigranten, panden die inmiddels als kantoor of winkel in gebruik zijn, die als woning voor Amerikaanse militairen dienden, of waarvan de bewoners zich niet in de BRP hadden ingeschreven.’

Inmiddels heeft LAA een vervolg gegeven aan de proef. LAA ontwikkelt daarbij in nauwe samenwerking met vijf gemeenten, RvIG en het Kadaster een aanpak die ook voor andere gemeenten succesvol is. Een belangrijk aandachtspunt van deze tweede proef is de samenwerking met de afdeling Gemeentebelastingen, die vaak zelf ook al eigen onderzoek naar leegstand doet.

‘Ik kijk altijd of er verse sporen zijn en schroom niet om door de achterramen te kijken’

Sporenonderzoek

Bij de adressen die Rongen bezocht voor leegstand zag hij soms in een oogopslag dat er niemand woonde. ‘Er hingen bijvoorbeeld geen gordijnen en er stond geen meubilair en de tuin was slecht onderhouden.’ Maar schijn bedriegt, weet Rongen uit eigen ervaring. ‘Ik kijk daarom altijd of er verse sporen zijn en schroom niet om achterom te lopen waar ik door de achterramen kijk en bijvoorbeeld check of een schuurtje leeg is. Ik bel ook altijd aan. Het is verschillende keren voorgekomen dat er dan toch werd opgedaan. Bijvoorbeeld omdat er iemand op de bovenste etage bleek te wonen.’

Luisterend oor

‘Een huisbezoek kondig ik nooit vooraf aan’, zegt Rongen. ‘Ik kom ook altijd in privékleding in plaats van in bedrijfskostuum. Dan schrik je mensen niet bij voorbaat af. Ik stel me vriendelijk voor, legitimeer me en zeg waarvoor ik kom. Daarna stel ik meteen mijn vragen, want die eerste minuut is bepalend voor je succes. Dan reageert iemand nog spontaan. Daarna gaat iemand nadenken over wat de gevolgen kunnen zijn. Ik ga dan door op wat daarvoor is gezegd, waarbij ik iemand tegelijkertijd geruststel. Dat doe ik door een luisterend oor te bieden en mijzelf niet boven de ander te stellen. Daarbij wijs ik bijvoorbeeld op de voordelen van inschrijving in de BRP. Zo trof ik bij een huisbezoek een man aan in een appartement dat hij al tien jaar huurde maar volgens de BRP al zeven jaar leegstond. Ik heb hem ter plekke ingeschreven met een formulier dat ik daarvoor altijd meeneem. Hij vond het uiteindelijk toch een prettig idee dat hij nu bijvoorbeeld een uitkering zou kunnen aanvragen als dat nodig mocht zijn.’

Loed Rongen met iPad in de hand in achtertuin met veel rotzooi.

Rongen treft niemand aan bij deze woning. Hij noteert zijn bevindingen in de iPad.

Beschrijving

Vuilniszakken, een slecht onderhouden huis, verwilderde tuin, lege vertrekken. Toch belt Rongen altijd aan bij een huisbezoek. Als je merkt dat de deurbel is afgesloten, is dat namelijk extra bewijs voor leegstand.

Links: huis met kale voortuin. Vitrages voor de ramen op de begane grond en gesloten rolluiken op de bovenetage. Rechts: een ruimte met veel oude huisraad, dozen, lege flessen en andere rotzooi.

De voormalige bewoners hebben van alles achter gelaten. Of is het pand toch in gebruik?

Brievenbus met uitpuilende post.

Soms zie je in een oogopslag dat er niemand in een woning woont.

Loed Rongen kijkt wat hij moet invullen op de LAA-iPad. Op de achtergrond de voordeur met overvolle brievenbus.

Als Rongen niemand aantreft tijdens een huisbezoek vinkt hij dit in de LAA-iPad aan.

Dichte schuurdeur.

Als het van buitenaf lijkt dat een pand leeg staat, kijkt Rongen als extra check toch vaak door de ramen.

Close-up van LAA-iPad met handen van Loed Rongen. Op de achtergrond de voordeur van het huis.

Rongen is inmiddels twee keer op huisbezoek geweest op dit adres en beschrijft zijn bevindingen in de iPad.

Bevindingen terugkoppelen

Zodra Rongen iemand heeft aangetroffen op een adres, sluit hij het onderzoek in de LAA iPad af. ‘Vervolgens koppel ik mijn bevindingen terug binnen de gemeente. In het laatste voorbeeld heb ik de afdeling Belastingen ingeseind, die uitzoekt of de bewoner alsnog met terugwerkende kracht heffingen moet betalen.’

Het gebeurt echter ook dat Rongen na drie keer huisbezoek nog steeds niemand heeft aangetroffen maar zeker weet dat er iets niet klopt. ‘In dat geval kan je het onderzoek in de LAA iPad afsluiten. Ik wil echter weten wat er aan de hand is en zal daarom opnieuw een huisbezoek inplannen.’

Sinds kort kan Rongen zo’n casus ook inbrengen bij het maandelijks integraal adressenoverleg waarmee de drie Brabantse gemeenten onlangs zijn gestart. ‘Zowel handhaving, belastingen, BAG en burgerzaken nemen daaraan deel. Andere afdelingen brengen daar ook vaak zaken naar voren die raakvlakken hebben met de BRP. Witwaspraktijken of massabewoning in panden met arbeidersmigranten bijvoorbeeld. Daar komen dan gezamenlijke adrescontroles uit voort.’

Blijf bij in je vak

Ondanks zijn jarenlange ervaring, benadrukt Rongen dat ook hij bij moet blijven in zijn vak. Vorig jaar volgde hij daarom een cursus BRP Huisbezoeken en de tweedaagse training Communicatie en conflicthantering via de Publieksacademie. ‘Dat waren goede opfriscursussen. Ik vind dat iedereen die BRP-huisbezoeken aflegt op zijn minst eerst zo’n cursus zou moeten volgen. Dit als kwaliteit waarborg voor de BRP onderzoeken in Nederland.’

BRP-huisbezoeken gepland?

Plaats een aankondiging in de plaatselijke krant

‘Huisbezoeken op locatie kondigen we regelmatig in de lokale media aan’, stelt Rongen. ‘Daaraan koppelen we vaak een regeling. Bijvoorbeeld: “Wist u dat u zich binnen vijf dagen dient in te schrijven op uw nieuwe adres?” Tijdens een huisbezoek merk ik dat mensen zo’n bericht vaak hebben gelezen, waardoor ik ze minder overval.’

Informeer je eigen organisatie

‘Met enige regelmaat informeer ik mijn collega’s van, klantcontacten, ons Telefonisch Informatie Centrum en Burgerzaken dat ik op pad ben. Via de wijkagenten verzoek ik ook om de meldkamer en de politiecollega’s hierover te informeren. Het is verschillende keren gebeurd dat ze telefoontjes kregen van burgers die wilden weten of ze wel echt bezoek hadden gehad van een toezichthouder van de gemeente in plaats van iemand die zich daarvoor ten onrechte uitgaf. Ook bellen oplettende burgers soms om te checken wie die vreemde man is die door de ramen van een gebouw of leegstaande woning naar binnen kijkt.’